| Wigbolt Ripperda |
Op 16 juli 1573 werd de uit
Winsum afkomstige Wigbolt Ripperda te Haarlem door de Spanjaarden
onthoofd.
Wigbolt was de zoon van Focco Ripperda en Clara van
Ewsum.
Gedurende het beleg van Haarlem
in 1572 en 1573 was hij gouverneur van deze stad.
Toen bekend werd, dat Don Frederik, zoon van Alva, aan- stalten
maakte Haarlem te bezetten, spoorde Wigbolt de Haarlemmers aan de
stad te verdedigen.
Op 11 december 1572 begon het beleg. Aan beide zijden is
verbitterd gevochten.
Het Spaanse leger bestond uit 30.000 man; het garnizoen slechts
uit 4.000 man.
De Haarlemse krijgsmacht werd krachtig gesteund door de burgerij
en ook door vrouwen onder aanvoering van Kenau Simons Hasselaar.
De hoop was gevestigd op de Prins van Oranje en de Watergeuzen.
Die moesten de Spanjaarden verslaan en de stad ontzetten.
De Prins stelde ook alles in het werk om de stad te hulp te komen,
maar de Spaanse troepenmacht was veel te sterk. Op het laatst
waren er in de stad geen levensmiddelen en geen munitie meer. En
de mensen waren uitgeput. Op 12 juli 1573 moest de stad zich
overgeven. Wigbolt werd met ander krijgsvolk in een kerk
opgesloten. Op 16 juli werd hij onthoofd.
Stamvader van Wigbolt is
geweest Unico Ripperda, gehuwd met Ulska, dochter van Focco Ukena
en diens tweede vrouw Hiddeke van Dijkhuizen.
Uit dit huwelijk werd geboren Focco Ripperda, gehuwd met de
jonkvrouw Onsta van Sauwerd, waaruit voortsproot Petrus Ripperda
van Winsum, gehuwd met Johanna Rengers.
De zoon hiervan, Focco, was gehuwd met Clara van Ew- sum. Hij verwekte vier zonen: Onno, Wigbolt, Peter en Asinga, alsmede een dochter Johanna.
Als jongeman heeft Wigbolt in Geneve gestudeerd. Na terugkeer heeft hij dienst genomen in het leger van Willem van Oranje en is tot de rang van Hopman* opgeklommen.
Tijdens het beleg van Haarlem
ontving Wigbolt twee brieven van Willem van Oranje, per
duivenpost.
Een daarvan luidde als volgt:
Edele, eersaeme, ende besundere.
Alsoe unse soldaeten tot Bueren zekeren postbode met brieven, comende uyt der vyanden leger, nedergeworpen hebben, soe hebben wy wel willen zekere extraicten daer uytseynden aan Tseraerts, ende hem bevoelen u die selve te communiceren, op dat ghy daer by moegt sien die aenslagen der vyanden, ende hoe hoochelyck dat sy u achten, nyet twyfelende oft alle dat goede geselschap te Haerlem des te meerderen moet grypen sal, waer toe wy weeten, dat aen uwe naerstigheyt nyet en sal gebreken: Ende wy sullen u poeder ende proviande beschicken soe vele moegelyck wordt. U hier mede den almogenden Heere bevelende. Gheschreven tot Delft opten iiij. dach February 1573.
Uw goede vrint,
Guillaume de Nassau.
Johan van Otensee, destijds bij
Alva in dienst, heeft later verklaard, ooggetuige van de
terechtstelling van Ripperda te zijn geweest.
Asinga Ripperda, de broer van Wigbolt, die ook in Haarlem was, is
met de hulp van een Spanjaard ontsnapt. De Spanjaard, naar men
zei Verdugo de latere stadhouder van Groningen, kreeg daarvoor
geld.
* Vergelijkbaar met de huidige rang van kapitein.