Religieuze Poëzie

van W. van Dam

 

De handen gevouwen

De handen gevouwen

En vol vertrouwen

In gesprek met de Heer,

Die telkens weer

Geduldig wil luisteren,

Naar wat je lippen fluisteren.

 

Een glimlach, een traan

Een glimlach, een traan, een rimp'lig gelaat;

Eenzaam, alleen, durft niet meer op straat.

Een levenlang werken, een moeizaam bestaan,

Een leven vol zorgen, voorbij is't gegaan...

Geen man meer tot steun, de kind'ren gevlogen,

Zoekt ze steun bij de Heer, het hoofd licht gebogen.

Stil zit ze te wachten op een oproep van Boven;

Daar zal ze thuis zijn en eeuwig Hem loven!

 

Geborgenheid

Wat is het een zegen

Om op onze wegen

De Heer te ontmoeten,

Hem blij te begroeten!

Voel je geborgen!

Blij! Zonder zorgen!

Want eens komt de Heer

Op aarde hier weer

Om ons te vergaren

Tot in lengte van jaren,

Ja, tot in d'eeuwigheid!

O godd'lijke geborgenheid!

 

Pas gekomen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -Bijna vertrokken

Twee glinst'rende oogjes - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Rimpels om de ogen

Een stralende lach - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -Maar toch blij van zin

Een heerlijk begin - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Dat komt door 't verlangen

van een gloednieuwe dag! - - - - - - - - - - - - - - -- - - - - - - - - - - - - - - - - Naar een gloednieuw begin!

 

Toekomstlied

Wat is de waarde

Van 't leven op aarde

Zonder steun van de Heer,

Die ons telkens weer

Bij smart en verdriet

Vol liefde voorziet

Van ons dagelijks brood,

Tot eind'lijk de dood,

Waar wij niet aan ontkomen,

Ons doet samenstromen

In Gods Koninkrijk.

Pas dan zijn we rijk!

 

Wij kunnen slechts gissen

Wij kunnen slechts gissen,

Ons niet vergewissen,

Hoe 't is bij de Heer.

Maar eens zullen we 't weten,

En nooit weer vergeten,

Want dan komt Hij weer!

 

 

De Dood

 

Mij jaagt de dood geen angst meer aan,

Want Jezus is mij voorgegaan

Als mijn Raadsman bij de Vader.

"Vrees niet,' zegt Hij, "treed rustig nader.

Heeft de zonde je berouwd

En heb je steeds op God vertrouwd?

Heb dan geen angst, kom voor Gods troon!

Verschijn voor Hem, ontvang je loon!

Ik zal je dan je plaats aanwijzen,

Waar je eeuwig God mag prijzen."

 

Terug