Een Jood uit Tarsus

In Turkije, in de provincie IÁel, ligt de stad Tarsus. Het is een stad met 74.500 inwoners, gelegen aan de Middellandse Zee. Het is de geboortestad van de apostel Paulus, die aanvankelijk Saulus heette.

Dit gebied heette in de oudheid CiliciŽ. In de oude vertaling lezen we dan ook: Ik ben een Joodsch man van Tarsen, burger van geene onvermaarde stad in CiliciŽ.
Dit wordt er uitdrukkelijk bij vermeld, omdat er nog een plaats Tarsen was, namelijk in BithyniŽ.

Ik ben een Jood uit Tarsus, burger van een welbekende stad in CiliciŽ - Hand. 21:39 -

Saulus had ook een vak geleerd, namelijk het vak van tentenmaker.
Veel mensen leefden toen in tenten, eigenlijk was Saulus dus een soort bouwvakker.

Want zij waren tentenmakers van hun handwerk - Hand. 18:3 -

In Handelingen 6 kunnen we lezen over de aanstelling van zeven diakenen met Stťphanus aan het hoofd.
Er worden daarna allerlei beschuldigingen tegen Stťphanus ingebracht en in hoofdstuk 7 lezen we hoe Stťphanus zich in een vurig pleidooi voor de Raad verdedigt.
Maar het mocht niet baten. Toen hij zei, dat hij de hemel geopend zag, viel men hem massaal aan, voerde hem de stad uit en stenigde hem.

En hij zeide: Zie, ik zie de hemelen geopend, en den Zoon des mensen, staande ter rechterhand Gods.
Maar zij roepende met grote stem, stopten hun oren, en vielen als ťťn man op hem aan- Hand. 7:56,57 -

En dan lezen we, dat de getuigen hun klederen afleggen en aan een jongeman, Saulus genaamd, in bewaring geven.
Getuigen waren mannen, die volgens de wet met het stenigen moesten beginnen.
De steniging heeft ook de volle instemming van Saulus, want hij is dan volkomen te goeder trouw; naar zijn mening handelt hij volkomen naar de Geest Gods.

En de getuigen legden hun klederen af aan de voeten van een jongeling genaamd Saulus - Hand. 7:58 -
De hand der getuigen zal het eerst tegen hem zijn om hem te doden, en daarna de hand van het ganse volk - Deut. 17:7 -
Zie ook Deut. 13:9

Er ontstaat dan een ware hetze tegen de volgelingen van Christus. Ze worden massaal vervolgd en vooral Saulus ontpopt zich dan als een fanatieke vervolger van de Christenen.
Hij sleurde de mensen uit hun huizen om ze over te geven aan de oversten om ze door hen in de gevangenis te laten werpen.
Bedenk wel, dat hij nog steeds volkomen te goeder trouw is en denkt naar Gods wil te handelen.

En er ontstond te dien dage een grote vervolging tegen de gemeente die te Jeruzalem was - Hand. 8:1 -

En dan begeeft Saulus zich op zekere dag naar de hogepriester, nog vol haat tegen de discipelen. Met deze discipelen werden bedoeld degenen, die Christus aanhingen en daarna te AntiochiŽ voor het eerst Christenen genoemd werden. Hij wil naar Damascus, de hoofdstad van SyriŽ, waar veel verstrooide Joden woonden.
Ze hadden daar ook synagogen.

... en dat de discipelen het eerst te AntiochiŽ Christenen genaamd werden - Hand. 11:26 -

En als Saulus op weg gaat naar Damascus, dan gebeurt het! Plotseling verschijnt er een helder licht en hoort hij een stem.
Hij werpt zich ter aarde, geschrokken en bevreesd, maar ook verbaasd en vraagt: "Wie zijt Gij, Here?"

En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem die tot hem zeide: Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij? - Hand. 9:4 -

En de stem zei tot hem in het Hebreeuws (zie Hand. 26:14): "Ik ben Jezus, dien gij vervolgt."
Hiermee wordt niet Jezus letterlijk bedoeld, maar veeleer Zijn gemeente, Zijn volgelingen.

En hij bevende en verbaasd zijnde, zeide: Here, wat wilt Gij dat ik doen zal? - Hand. 9:6 -

Op zijn vraag, wat nu van hem verwacht wordt, krijgt hij de opdracht naar Damascus te gaan, waar hij dan wel nadere instructies zou krijgen.
Zijn metgezellen moeten hem dan naar Damascus geleiden, want Saulus is met blindheid geslagen.

En er was een zeker discipel te Damascus, met name Ananias - Hand. 9:10 -

In Damascus verblijft een discipel, Ananias genaamd, die van de Heer opdracht krijgt zich over Saulus te ontfermen en hem te onderrichten, wat hij doen moet.
De bekering van Saulus heeft tot gevolg, dat hij van Christenvervolger juist een volgeling van Christus wordt.
En dan wordt Saulus ook zelf een vervolgde.
In Handelingen 13 wordt Saulus ook Paulus genoemd en daarna wordt de naam Saulus niet meer genoemd.

 


D e  r e i z e n  v a n  P a u l u s

 

Het gaat niet zozeer over de reizen van Paulus, want daarover kunnen we in de Bijbel genoeg lezen.
Het gaat nu meer om de steden, die Paulus op zijn reizen bezocht.

En Barnabas ging uit naar Tarsen om Saulus te zoeken; en toen hij hem gevonden had, bracht hij hem te AntiochiŽ - Hand. 11:25 -

Barnabas zocht Saulus in Tarsen, omdat hij daarheen gezonden was (Hand. 9:30).
En dan komen Barnabas en Saulus in AntiochiŽ.
AntiochiŽ lag in PisidiŽ, een bergachtig gebied met veel meren in Klein AziŽ.
In AntiochiŽ werden de discipelen voor het eerst Christenen genoemd.
In de oudheid was AntiochiŽ de hoofdstad van SyriŽ. Nu is het een Turkse stad, Antakya genaamd. AntiochiŽ werd gesticht in 300 v.C.
Het oude AntiochiŽ werd in 1833 door een Britse kapelaan uit Smyrna ontdekt. AntiochiŽ lag hemelsbreed ongeveer 130 kilometer van Tarsus, de geboortestad van Paulus vandaan. En per boot zal het ook niet zo veel verder geweest zijn, maar over land was de afstand aanzienlijk groter, want dan moest men een grote omweg in noordoostelijke richting maken.

Paulus en Barnabas trokken van AntiochiŽ naar SeleuciŽ, waar ze zich inscheepten naar Cyprus, waar ze zich begaven naar Salamis. Dit was in de oudheid een Griekse stad aan de oostkust van Cyprus. De ruÔnes van Salamis liggen dichtbij de huidige plaats Famagusta.
SeleuciŽ was een Syrische stad niet ver van AntiochiŽ, gebouwd door koning Seleucus.

En van daar scheepten zij zich in naar Cyprus - Hand. 13:4 -

Van Salamis aan de oostkust trokken Paulus en Barnabas naar Pafos aan de westkust van Cyprus. Dat Pafos bestaat ook nu nog.

En toen zij het eiland doorgegaan waren tot aan Pafos toe ... - Hand. 13:6 -

Er was daar een valse profeet, een Jood, Bar-Jezus genaamd, wat betekent: zoon van Jezus.
Deze valse profeet was bij de stadhouder Sergius Paulus, die de Bijbel een 'verstandige man' noemt. Deze Sergius Paulus was door Rome aangesteld als een soort burgemeester van het eiland Cyprus.

... vonden zij een zekeren tovenaar, een valsen profeet, een Jood, wiens naam was Bar-Jezus,
welke was bij den stadhouder Sergius Paulus, een verstandigen man. - Hand. 13:6,7 -

En hier lezen we ook over de twee namen van Paulus. Eerst wordt hij steeds Saulus genoemd en later Paulus. We kunnen het zo stellen, dat hij bij de HebreeŽn en SyriŽrs Saulus genoemd werd en bij de Romeinen en Grieken Paulus.
Anders gezegd: zolang hij onder de Joden, SyriŽrs en Arabieren vertoefde werd hij Saulus genoemd en daarna, als hij door Gods bijzondere roeping voornamelijk tot de heidenen, met name de Romeinen en Grieken is gezonden, wordt hij Paulus genoemd.
En zo is Paulus zich toen ook blijven noemen.

Doch Saulus die ook Paulus genaamd is - Hand. 13:9 -

Als Paulus en zijn metgezellen Cyprus weer verlaten gaan ze eerst naar Perge, een stad in PamfyliŽ, een landstreek op het vaste land van Klein-AziŽ en grenzend aan CiliciŽ.

... van Pafos afgevaren zijnde, kwamen te Perge, een stad in Pam- fyliŽ - Hand. 13:13 -

Van Perge gaan ze dan naar AntiochiŽ.
Lang blijven ze daar echter niet, want ze worden verjaagd. Ze komen dan in Iconium. Deze stad bestaat nog en heet nu Konya.

Doch zij schudden het stof van hun voeten af tegen hem, en kwamen te Iconium - Hand. 13:51 -

Ook in Iconium kunnen Paulus en Barnabas niet lang blijven, ze lopen zelfs kans te worden gestenigd. Ze vluchten dan naar Lystre en Derbe in LycaůniŽ. Trouwens, ook Iconium lag in LycaůniŽ.
De vier steden AntiochiŽ, Iconium, Lystre en Derbe hoorden in de tijd van Paulus tot de Romeinse provincie GalatiŽ.

... gevlucht naar de steden van Ly- caůniŽ, namelijk Lystre en Derbe - Hand. 14:6 -

Door toedoen van Joden uit AntiochiŽ en Iconium wordt Paulus, na gestenigd te zijn, buiten de stad gesleept en voor dood achtergelaten. Maar gelukkig was Paulus niet dood!

... en stenigden Paulus, en sleepten hem buiten de stad, menende dat hij dood was - Hand. 14:19 -

Later gaan ze eerst naar Perge en dan naar AttaliŽ. Perge was de hoofdstad van PamfyliŽ. AttaliŽ lag aan de Middellandse Zee, niet ver van Perge. In AttaliŽ schepen ze zich dan in naar AntiochiŽ, waar ze geruime tijd blijven.

En toen zij te Perge het woord gesproken hadden, kwamen zij af naar AttaliŽ - Hand. 14:25 -

Enige tijd later ontstaat er onenigheid tussen Paulus en Barnabas en gaan ze uit elkaar.
Paulus wil alle steden, waar ze gepredikt hebben nog eens bezoeken. Barnabas stelt dan voor om Johannes, die ook Marcus genoemd wordt, mee te nemen. Maar Paulus is er op tegen om iemand mee te nemen, die hen voordien had verlaten. De onenigheid neemt zodanige vorm aan dat Paulus en Barnabas uit elkaar gaan. Barnabas vertrekt dan met Marcus naar Cyprus.
Paulus kiest dan Silas als metgezel en gaat met hem door SyriŽ en CiliciŽ.
Uit bovenstaande blijkt nog eens duidelijk, dat ook apostelen gewone mensen zijn met menselijke zwakheden.

Er ontstond dan een verbittering alzo dat zij van elkan- der gescheiden zijn - Hand. 15:39 -
Maar Paulus verkoos Silas - Hand. 15:40 -

Als Paulus naar Derbe en Lystre (of Lystra) reist ontmoet hij TimotheŁs, die hij dan op zijn verdere reis meeneemt.
Deze TimotheŁs was de zoon van een gelovige Joodse vrouw en van een Griekse vader van heidense afkomst.

En zie, aldaar was een zeker discipel met name TimotheŁs, zoon van een gelovige Joodse vrouw, maar van een Griekse vader. - Hand. 16:1 -

Daarom was TimotheŁs ook niet besneden. Voordat TimotheŁs dan ook met Paulus mee kan, wordt hij eerst door Paulus besneden.
Paulus doet dat, opdat de zwakgelovige Joden zijn dienst niet zouden verwerpen, omdat hij onbesneden was.
Eigenlijk was de besnijdenis toen al niet meer gebruikelijk, maar niet alle Joden waren het daarmee eens.
Daarna reist TimotheŁs met Paulus verder.

In de Bijbel worden dan nog genoemd (Hand. 16:6-10): FrygiŽ, GalatiŽ, MysiŽ, BithyniŽ, Troas en MacedoniŽ.
Enkele van deze namen kennen we al, alleen FrygiŽ, MysiŽ, Troas en MacedoniŽ zijn nieuw voor ons.
FrygiŽ was een gebied tussen MysiŽ, GalatiŽ en LycaůniŽ.
Het ligt ten oosten van LydiŽ. De bevolking is in voorhistorische tijd van ThraciŽ overgekomen. Het was een machtig rijk, onder andere onder koning Midas. Later kwam het gebied achtereenvolgens onder Lydische, Perzische en Romeinse heer- schappij.
MysiŽ was een gebied tussen Troas en FrygiŽ.
Met Troas wordt een hele landstreek bedoeld, waar eertijds oud Troje gestaan heeft, ook genoemd Klein-FrygiŽ.
Troas is een noordwestelijk schiereiland van Klein-AziŽ tussen de Dardanellen en de Golf van Edremit. Het gebied dankt zijn naam aan het antieke Troje, waarvan ruÔnes in het noordwesten liggen.

Kom over in Mace- doniŽ en help ons - Hand. 16:9 -

MacedoniŽ was een groot gebied in Europa, gelegen aan de EgeÔsche Zee.
Het bestaat ook nu nog onder de naam Makedonia.

Van Troas dan afgevaren zijnde, liepen wij recht naar Samothrace, en den volgenden dag naar Neapolis - Hand. 16:11 -

In Troas gaan ze dan aan boord van een schip en varen eerst naar Samothrace. Dat was een eiland in het noordoosten van de EgeÔsche Zee. Het eiland heette zo, omdat de bewoners gedeeltelijk uit Samos kwamen en gedeeltelijk uit ThraciŽ. Het eiland bestaat nu nog onder de naam SamothrŠke.
De volgende dag varen ze dan verder naar Neapolis, een stad op de grens van ThraciŽ en MacedoniŽ, niet ver van Filippi en tegenover het eiland Thasus of Thasos, dat ook nu nog die naam heeft.
ThraciŽ, dat nu Thrake heet, grenst aan de oostgrens van MacedoniŽ, dat nu Makedonia heet.

En van daar naar Filippi, welke is de eerste stad van dit deel van Mace- doniŽ, een kolonie - Hand. 16:12 -

De stad Filippi heette eerst Dathos, maar werd later Filippi genoemd, naar koning Filippus van MacedoniŽ, die de vervallen stad weer heeft laten opbouwen.
Filippi wordt een kolonie genoemd in de Bijbel. Zo werden de steden genoemd, die door de Romeinen Úf gebouwd, Úf met Romeinse burgers bevolkt werden. Ook de stad Keulen (Colen) dankt haar naam daaraan.

En door Amfipolis en Apollonia hun weg genomen heb- bende, kwamen zij te Thessalonica - Hand. 17:1 -

De stad Amfipolis, niet ver van Filippi gelegen, dankt haar naam aan het feit, dat ze aan twee kanten door de zee omringd werd
De stad Apollonia lag niet ver van Thessalonica.
Thessalonica was en is ťťn der voornaamste steden van MacedoniŽ, gelegen aan een lange inham van de EgeÔsche Zee.
De stad werd zo genoemd, omdat koning Filippus daar de Thes- saliŽrs had overwonnen.
De stad heet nu Saloniki of Thessalonike.
Haar inwoners noemde men Thessalonicenzen.
Areopagus was een raadhuis in Athene, gelegen op een heuvel, Ares geheten, naar de afgod Ares.
Daar was het hoogste gerechtshof gevestigd, waar de zwaarste gevallen berecht werden.
Athene is sinds 1834 de hoofdstad van Griekenland.

... brachten hem tot Athene - Hand. 17:15 -
... en brachten hem op de plaats ge- naamd Areopagus - Hand. 17:19 -

Corinthe was de hoofdstad van Achaje, gelegen tussen twee zeeŽn, in de engte, waarmee Achaje aan Peloponnesos verbonden was. Sinds 1839 Grieks. De stad dateert van de 9e eeuw v.C.
Kůrinthos, zoals de Griekse naam van de stad luidt, is nu de hoofdstad van de provincie Korinthia in het noordoosten van het schiereiland Peloponnesos.
Corinthe was een zeer rijke en bloeiende koopstad, in 146 v.C. verwoest door de Romeinen, maar ten tijde van keizer Augustus in 44 v.C. weer opgebouwd en tot haar oude welstand teruggebracht.
Keizer Augustus, die geboren was in 63 v.C., regeerde van 27 v.C. tot 14 n.C. en heette eerst Gaius Octavius.

En na dezen scheidde Paulus van Athene en kwam te Corinthe - Hand. 18:1 -

Paulus verbleef anderhalf jaar in Corinthe. Toen ging hij naar SyriŽ, naar Efeze, de hoofdstad van Klein-AziŽ.
Efeze lag aan de westkust van Klein-AziŽ. Het was een grote handelsstad met de beroemde tempel van Artemis.
Na de onderwerping door de Turken in 1420 raakte Efeze volkomen in verval en nu is het nog slechts een Turks dorp, Ayosduk genaamd.

En het geschiedde terwijl Apollos te Corinthe was, dat Paulus de bovenste delen des lands doorgereisd zijnde te Efeze kwam - Hand. 19:1 -

De metgezellen van Paulus gaan per schip naar Assus, terwijl Paulus te voet over land reist om onderweg het evangelie te kunnen prediken.
De stad Assus lag in MysiŽ, niet ver van Troas.
Assus werd ook Apollonia genoemd.
Men reist dan per schip verder naar Mitylene, een eiland in de EgeÔsche Zee, dichtbij Assus. Dat eiland heet nu Lesbos en is 1750 km≤ groot.
Een dag later passeren ze dan Chios, een eiland tussen Samos en Lesbos, 827 km≤ groot.
Weer een dag later leggen ze dan aan te Samos, een eiland iets verder zuidelijk en 468 km≤ groot.
Ze verblijven dan te Trogyllion, dat was een hoek van het gebergte Mycale, gelegen tussen Efeze en Milete.
Milete was een kustplaats in JoniŽ en lag niet ver van Efeze.
De Griekse naam is Miletos en staat ook nog op de kaart.
De stad had oudtijds een uitgebreide scheepvaart in de Middellandse en Zwarte Zee.
Vůůr 500 v.C. had de stad een overlaadplaats van goederen uit AziŽ naar het westen.
De stad werd in 494 n,C, door de Perzen verwoest en later oostwaarts herbouwd.

Maar wij vooruit naar het schip gegaan zijnde, voeren af naar Assus - Hand. 20:13 -

... en kwamen te Mitylene - Hand. 20:14 -

... den volgenden dag tegenover Chios en des anderen daags legden wij aan te Samos
en bleven te Trogyllion en den dag daarna kwamen wij te Milete - Hand. 20:15,16 -

 

In Milete ontbiedt Paulus dan de ouderlingen van Efeze om afscheid van hen te nemen, want hij is voornemens naar Jeruzalem te reizen.
Paulus spreekt de mensen dan uitvoerig toe en drukt ze op het hart toch vooral door te gaan met het evangelie te verkondigen.
Toen Paulus uitgesproken was, bad hij met hen.
De mensen zijn allen zeer bedroefd, dat Paulus bij hen weg zal gaan.
Ze omhelzen hem en geleiden hem naar het schip.

... en kwamen te Cos en den dag daarna te Rhodus en vandaar te Patara - Hand. 21:1 -

Cos of Kos) is een eiland van 282 km≤ ten zuiden van Samos.
Op dit eiland werd Hippocrates geboren.
Rhodus, dat nu Rhodos genoemd wil worden, is een veel groter eiland van 1398 km≤ ten zuidoosten van Cos.
Ze komen dan te Patara, dat was de hoofdstad van LyciŽ en lag aan de zee.
LyciŽ was een land in het zuidwesten van Klein-AziŽ, gelegen tussen KariŽ en PamfyliŽ.
Het Lycysch was een afzonderlijke taal, waarvan de herkomst niet vaststaat.
KariŽ lag aan de kust en werd begrensd door Iona, LydiŽ, FrygiŽ en LykiŽ.
En PamfyliŽ was een strook land aan de zuidkust van Klein-AziŽ.

... en kwamen aan te Tyrus - Hand. 21:3 -

Tyrus of Tyros was de hoofdstad van FeniciŽ.
Tyrus en het nabij gelegen Zidon waren eertijds heidense steden aan de Middellandse Zee, die in grote weelde, pracht en dartelheid leefden. (Zie ook Jes. 23 en Ez. 26 en 27)
Tyrus was in de oudheid een machtige stad met belangrijke handel en praktisch onneembaar. Alleen Alexander de Grote heeft de stad in 332 v.C. veroverd.
Nu is het een kustplaats in Libanon, Es-Soer geheten.

Wij nu de scheepvaart volbracht hebbende van Tyrus, kwamen aan te PtolemaÔs - Hand. 21:7 -

PtolemaÔs was een stad aan de Middellandse Zee ten zuiden van Tyrus. PtolemaÔs was eertijds Akko genaamd, maar die naam werd door de Romeinen veranderd in PtolemaÔs.
De stad was genoemd naar een Egyptische koning.
Akko, zoals de naam nu weer luidt, is thans een IsraŽlische havenplaats dichtbij Haifa.

En na die dagen maakten wij ons ge- reed en gingen op naar Jeruzalem - Hand. 21:15 -

Paulus verblijft dan geruime tijd in Jeruzalem, maar dat zal niet de mooiste tijd van zijn leven geweest zijn.
Dit is uitvoerig te lezen in Hand. 21 t/m 26.
De stad Jeruzalem zal voor de meesten wel bekend zijn.
Jeruzalem, in het Hebreeuws Jeroesjalajim en in het Arabisch Beit-al-Kuds, is de heilige stad van Joden, Christenen en moslims.
Sinds 1980 is Jeruzalem de hoofdstad van IsraŽl.
De stad is rijk aan synagogen, kerken, kloosters en moskeeŽn. We vinden er de Kerk van het Heilige Graf en natuurlijk de Klaagmuur met zijn lengte van 48 meter en hoogte van 18 meter.
Circa 3000 v.C. lag er op de plaats van Jeruzalem al een nederzetting. De stad is in 995 v.C. ingenomen door koning David.
In 856 v.C. werd Jeruzalem door Nebukadnezar verwoest.
In 638 werd de stad Arabisch en was daarna afwisselend in handen van christenen en moslims. Jeruzalem was van 1244-1917 islamitisch. Toen, in 1917, volgde een Engelse bezetting.
In 1948 werd Jeruzalem verdeeld tussen IsraŽl en JordaniŽ.
In 1967 werd Oud-Jeruzalem door IsraŽl bezet.

En toen wij te Rome gekomen waren gaf de hoofdman de gevangenen over aan den overste des legers - Hand. 28:16 -

En dan wordt Paulus op transport gezet naar Rome.
Dat zou een lange reis worden, niet alleen wat afstand betreft, maar vooral wat de tijdsduur betreft.
Het werd een reis met veel ontberingen. Ze kwamen bijvoorbeeld in een storm terecht en leden zelfs schipbreuk.
Maar uiteindelijk arriveren ze toch in Rome, waar de mannen meteen gevangen worden gezet. Maar aan Paulus wordt vergund op zichzelf te wonen, maar wel onder bewaking.
Het hele verhaal van deze avontuurlijke reis is te lezen in Hand. 27 en 28.
Rome werd oorspronkelijk gebouwd op zeven heuvels.
Aan de rechteroever van de Tiber ligt Vaticaanstad, het pauselijk gebied.
Het grootste deel van de oude stadsmuren is nog in tact, waarbinnen het oudste deel van Rome ligt.
Het middelpunt van het keizerlijke rijk waren de heuvels Capitolinus en Palatinus.
Belangrijke bouwwerken uit de Romeinse tijd liggen in het zuiden: zoals Circus Maximuis, Pantheon, zuil van Trajanus, triomfbogen van Titus, Septimius Severus en Constantijn.
Ook niet onbelangrijk zijn de Engelenburcht en het Colosseum. De Via Appia is de bekendste weg uit de oudheid.
Verder zijn er veel oude kerken, paleizen en pleinen met fonteinen te bewonderen.
Bekend is ook de St. Pieterskerk.
De oudste nederzetting was op Palatinus, maar pas in de 7e eeuw v.C. ontstond een eigenlijke stad, die in de 6e-4e eeuw v.C. ommuurd werd.
Rome breidde zich in de republikeinse tijd, na de 2e Punische oorlog sterk uit.

  • De Punische oorlogen waren drie oorlogen, die de Romeinen voerden tegen de Carthagers. (Carthago lag aan de noordkust van Afrika, 16 kilometer van het tegenwoordige Tunis. Carthago werd in de 9e eeuw v.C. door FeniciŽrs uit Tyrus gesticht. Het land bezat de grootste zeemacht). In de eerste Punische oorlog, van 264-241 v.C., moest Carthago SiciliŽ aan Rome afstaan.

    De tweede Punische oorlog, van 218-202 v.C., ontstond na de verovering van Saguntum door Carthago en bracht Hannibal over de Alpen in ItaliŽ, die overwinningen behaalde bij het Trasimeense meer en Cannae, maar zich tenslotte toch uit ItaliŽ moest terugtrekken en bij Zama in Noord-Afrika door Scipio werd verslagen. Carthago behield alleen het eigen gebied om de stad.

    De derde Punische oorlog, van 149-146 v.C., bracht de totale verwoesting van Carthago door de Romeinen onder leiding van Scipio.

  • Ten tijde van keizer Augustus (31 v.C. - 14 n.C.) werd Rome verfraaid. Tijdens keizer Nero (54-68 n.C.) werd de stad door een grote brand geteisterd, maar nadien schitterend herbouwd.
    Rome raakte in verval door verplaatsing van de keizerlijke residentie naar Konstantinopel in 330 en door plundering door Germaanse stammen in de 5e en 6e eeuw. De stad bleef alleen voortbestaan als residentie van de pausen, die Rome in de 15e en 16e eeuw hebben verfraaid.
    In 1870 kwam Rome bij het koninkrijk ItaliŽ.
    Het Romeinse Rijk, dat in de 4e eeuw v.C. ontstond, toen Rome invloed kreeg over het grootste deel van ItaliŽ en verder over de toentertijd bekende wereld.
    De Romeinse cultuur werd al gauw een vermenging van Romeinse en Griekse elementen. Toen de Romeinse veroveringen zich verder naar het oosten uitbreidden, versterkte dat in hoge mate de Griekse invloed, maar het Romeinse karakter, dat nuchter en praktisch was en logisch denkend, wist zich toch goed te handhaven.
    In de familie was de vader oppermachtig. Zelfs over het leven en de eigendommen van de andere leden van de familie.
    Vrouwen werden wel met respect behandeld.
    De Romeinse cultuur breidde zich in de keizertijd over heel West-Europa uit.

     

    Plaatsen, genoemd in Brieven van Paulus

    (en niet genoemd in het boek Handelingen)

    ... broederen in Christus die te Colosse zijn - Col. 1:2 -

    Colosse was een voorname stad in FrygiŽ, niet ver van Hierapolis en Laodicea.
    Paulus is zelf nooit in Colosse geweest, vandaar dat de plaats niet in Handelingen ter sprake kwam.

    ... degenen die in Laodicea zijn en degenen die in HiŽrapolis zijn - Col. 4:13 -

    Deze twee vermaarde steden lagen dichtbij Colosse.
    Laodicea was het middelpunt van 25 steden. De onverschilligheid van de Christ. Gemeente van deze stad wordt in Openbaring 3:14 e.v. gelaakt.
    HiŽrapolis (Grieks voor Heilige Stad) lag aan de Lykos en heet nu Tamboek-Kalesi.
    Gebouwd circa 190 v.C. door Eumenes en gewijd aan Kybele.

    ... zo benaarstig u tot mij te komen te Nicopolis - Titus 3:12 -

    Er zijn meer steden met de naam Nicopolis geweest, zoals bij Filippi in ThraciŽ. Maar ook in Epirus, gebouwd door Augustus.

    Terug