Nittersum
te
Stedum

 

Nittersum wordt wel een der mooiste borgen van Groningen genoemd. Het is echter opmerkelijk, dat er door historici zo weinig aandacht aan is geschonken.

In het bekende boek "De Ommelander Borgen" van Mr. J.A. Feith wordt slechts een enkele bladzijde aan Nittersum gewijd. Volgens Feith zou de juiste plaats van de borg moeilijk meer aan te wijzen zijn, maar dat is niet juist. Behalve het huis en de bomen was in 1930 alles van de oude burchtstee nog aanwezig. Zelfs nog een van de bijgebouwen. En verder de binnen- en buitengrachten, de grote vijver en de singels.

Er hebben hier op deze burchtstee drie borgen gestaan, mogelijk zelfs vier:

De borg van Eppo Nittersum, die in 1579 verwoest is en misschien wel al een voorganger had.
De borg van Eilco Clant, gebouwd na 1594 en in 1669 weer afgebroken.
De borg van Johan Clant, gebouwd tussen 1669 en 1671 en afgebroken in 1818.

Heren van Stedum kwamen al heel vroeg voor, maar we weten niet of die ook op Nittersum hebben gewoond.
In brieven en mededelingen uit de 13e en 14e eeuw komen de volgende namen voor:

Eppo Eelwarduszoon van de Were (De Weer onder Stedum;
Ailvart Ripperda van Stedum (ook Ripperta gespeld);
Eppo Boelesmona van Stedum.

Van Eppo Eelwarduszoon is bekend, dat hij in De Weer woonde, de twee anderen kłnnen bewoners van de burcht Nittersum geweest zijn, maar er zijn meer borgen in Stedum geweest, dus is dat niet zeker.
Volgens overlevering zou er op de Wierde van Lutjewijtwerd (onder Stedum) een kapel of borg hebben gestaan. Ook zijn er borgen geweest aan de Drieborgenlaan en in De Weer.
In 1396 komt opeens de naam van Eppo van Nittersum naar voren, als medeondertekenaar van een stuk, waarin bepalingen tot bewaring van orde en vrede.
Deze Eppo heeft in 1398 een belangrijke rol gespeeld in de strijd tussen de Schieringers en Vetkoopers. Verschillende geschiedschrijvers, die over deze strijd schreven, noemden nadrukkelijk de naam van Eppo van Nittersum.
Wij kunnen dus met zekerheid aannemen, dat de borg Nittersum in 1398 bestond.
Het valt moeilijk te zeggen of het huis daarna nog lang heeft bestaan. Wel weten wij, dat Eppo drie jaar later, in 1401, bezig is land te kopen naast het borgterrein.
Van de borg zelf horen wij nu geruime tijd niets meer.
Hoe de borg er uit gezien heeft is niet bekend. Het zal een goed stenen huis geweest zijn, omringd door een gracht.
De oude burcht werd in 1579 door het Spaanse garnizoen van Groningen verwoest. Bewoner in die dagen was Egbert Clant, een aanhanger der hervorming, die omwille van het geloof naar Oost-Friesland moest vluchten. Hij stierf in ballingschap.
Waarschijnlijk is de borg weer opgebouwd voor 1594. Eilco, een zoon van Egbert, zal het huis zo spoedig mogelijk hebben herbouwd. Boven de ingang van het nieuwe huis kwam een opschrift, waarin melding werd gemaakt van de verwoesting van de oude borg.
De borg blijft nu staan tot 1669. In dat jaar laat de toenmalige eigenaar, Johan Clant, de borg slopen en vervangen door het deftige herenhuis, dat wij van afbeeldingen kennen. In dat jaar 1669 kocht Johan Clant de Dijkumborg te Garsthuizen. Waarschijnlijk liet hij Dijkum afbreken om de stenen voor zijn nieuwe Nittersum te gebruiken.
Het nieuwe Nittersum was geheel door water omringd, net als Menkema. Het was een huis van twee verdiepingen met daaronder de kelders en keukens.

Het geslacht Clant is belangrijk geweest voor Nittersum en ook voor het dorp Stedum.
Beroemd is de graftombe van de fam. Clant in de kerk van Stedum, op last van Johan Clant door de bekende beeldhouwer Romboudt Verhulst vervaardigd in 1672. Deze Verhulst was ook de maker van het praalgraf in de kerk te Midwolde.
Boven op de tombe ligt de beroemde Adriaan Clant, uit marmer gehouwen. Aan het hoofdeinde vinden we aan weerskanten onder meer een engelenfiguur en tegen de muur een groot aantal familiewapens van wit marmer, gegroepeerd rondom een donkere ovale steen, waarop met gouden letters het volgende opschrift staat (uit het Latijn vertaald):

Ter eeuwige gedachtenis aan de beroemde nakomeling, vermaard door een lange reeks van zeer edele voorvaderen,

Adriaan Clant van Stedum,

Heer van Nittersum, vanwege zijn uitnemende bekwaamheden meermalen benoemd onder de grootmachtige afgevaardigden der provincie waarin hij geboren was, en om zijn grote verdiensten, gedurende 9 jaar, namens die provincie tot meerder heil van de staat, tot de hoge vergadering der Algemene Staten van de Verenigde Nederlanden afgevaardigd; ter bewerking van de eeuwigdurende vrede tussen de Spanjaarden en de Verenigde Nederlanden naar Munster in Westfalen gezonden; wiens dierbaar stoffelijk overschot nadat hij 66 jaar geleefd had, in deze tombe eerbiedig is bijgezet door diens zoon

Johan Clant van Stedum,

heer van Nittersum, Stedum, Ringenum, Uitwierda, toparch van Loppersum, Eestrum, Tenbuir enz., afgevaardigde naar de Vergadering der Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden, en juist op deze plaats, waar rust temidden van een lange reeks van voorvaderen de as van zijn edele grootvader,

Eilco Clant van Stedum,

heer van Nittersum, tijdens zijn leven de invloedrijkste onder de afgevaardigden der Verenigde Nederlanden en de beroemdste onder de Gedeputeerden van deze provincie. Aan zijn overgrootvader, die geacht mag worden van een even schitterende afkomst te zijn, n.l.

Egbert Clant van Stedum,

heer van Nittersum, een man van gezag onder de voornaamste Ommelanders, die eenmaal in hun naam de luisterrijke Unie van Utrecht getekend heeft, heeft de woeste Bellona deze rustplaats benijd, welke hij, die dit gedenkteken voor zijn edele vader heeft opgericht in het jaar van Christus 1672, hoopt, dat voor hem en zijn late nageslacht tot op de jongste dag mag bewaard blijven.

Johan Clant had, behalve zijn burcht, ook nog een huis in de stad, aan het Guyotplein. Het is gebouwd in 1627. De eerste bewoner van dit huis was Johan Coenders, later burgemeester van Groningen. Johan Coenders overleed in 1664 en Johan Clant erfde toen het huis. Hij was getrouwd met de dochter van Johan Coenders sinds 1654.
Bij akte van 13 december 1673 werd het huis verkocht aan Carel Rabenhaupt, baron van Sucha, voor ƒ12.500,--.
We weten niet of Johan Clant ooit in dit huis gewoond heeft.
Vermoedelijk had hij al een huis in de stad. Het is in elk geval met zekerheid bekend, dat hij bij zijn dood het huis op de hoek van de Vismarkt en de Pelsterstraat bewoonde.
Het ligt dus voor de hand, dat hij het huis van zijn schoonouders als overtolllig aan Rabenhaupt heeft verkocht.
Johan Clant erfde van zijn schoonouders ook de burcht Ringenum of Ringnum bij Uitwierde. Dit was vermoedelijk slechts een kleine borg, maar de eraan verbonden rechten waren van grote betekenis.
In 1666 heeft hij een deel van zijn rechten te Stedum van de hand gedaan.
Na Clant kwam het geslacht van Lintelo op Nittersum en daarna de fam. Gerlacius.
Mr. Johan Herman a Guaera Gierla Gerlacius, raadsheer in de raad van Brabant kocht in 1762 de burcht Nittersum met grote tuinen, bosrijke wandeldreven en een hertenkamp van de Erven van Lintelo.
Het schijnt, dat Gerlacius niet alleen Nittersum, maar ook Ringenum heeft gekocht, doch hij heeft laatstgenoemde borg niet bewoond.
Volgens een aantekening in het lidmatenboek te Stedum is hij op 3 mei 1774 te Den Haag overleden. Hij is in Den Haag in de Kloosterkerk begraven.
Erfgenaam was zijn zoon Tjaart Antoni, gehuwd met Tateke Helena Henderica Cockinga, die volgens het lidmatenboek van Stedum aldaar in 1779 haar attestatie inleverde. Volgens datzelfde lidmatenboek echter komt haar man op 14 juni 1801 (!) met attestatie over van Appingedam. Het echtpaar schijnt dus een aantal jaren gescheiden te hebben geleefd.
Maar het is ook mogelijk, dat men slordig is geweest in het overbrengen van attestaties of dat men bij afwisseling de beide borgen te Stedum en Uitwierde bewoond heeft.
In 1783 was Tjaart Antoni Gerlacius kerkvoogd te Uitwierde.
Volgens Feith werd de burcht te Uitwierde aan het eind van de 18e eeuw afgebroken.
Deze Gerlacius heeft ook het orgel in de kerk te Stedum een grote reparatie doen ondergaan. De kerk was in 1680 door Johan Clant van dit orgel voorzien.
In een verborgen kastje in het orgel staat op een stuk papier vermeld:

"In het jaar 1788 heeft de HoogWelgeboren Heer T.A. Gerlacius, Heer van Stedum etc. etc. als kerkvoogd dit orgel laten vernieuwen door Dirck Lohman en soon, Gerhard Diederieg Lohman van Embden zijnde hier toen de Heer A. Oudeman Praedicant en de Hr. J. Wiardi organist".

Over het algemeen kunnen wij zeggen, dat de bewoners van Nittersum een zegen voor Stedum zijn geweest, dit in tegenstelling tot veel andere Ommelander borgheren, die voor hun omgeving een ware plaag zijn geweest.

Terug