Nienoord

 

In 1513 kocht Wigbolt van Ewsum, van de borg Ewsum te Middelstum, land in Vredewold in het Westerkwartier. Op zich natuurlijk niet zo bijzonder, maar drie jaar later kocht hij er weer land. Hij liet zijn pas verworven bezit nauwkeurig afbakenen.
In de daarop volgende jaren trad hij steeds weer als koper op.
Van 1520 af maakte hij aanstalten om zijn plannen in Vredewold ten uitvoer te leggen.
Opnieuw kocht hij grond, nu twee heerden naast elkaar onder Midwolde en kort daarop twee steenhuizen, die hij liet afbreken om op korte termijn aan metselstenen te komen.
Want daar in het oosten van Vredewold wilde hij zich een burcht bouwen, die, naar de oorspronkelijke zetel van zijn geslacht, de Nienoord zou heten.
Deze vestiging van het machtige hoofdelingengeslacht op de Nienoord had voor de omgeving verstrekkende gevolgen.
Als man van de wereld, die zelfs voor de burgemeester van Groningen geen bijzonder ontzag had, noch voor de Raad van Groningen, had van Ewsum een natuurlijk overwicht in de omgeving met haar simpele bevolking.
In 1531 werd de kroon op zijn werk gezet, doordat het grietmanschap over heel Vredewold werd opgedragen aan zijn geslacht.
Maar Wigbolt zelf was toen al overleden.
Vanaf die dag was het lot van Nienoord het lot van Vredewold.
Perioden van bloei voor Nienoord betekenden werkgelegenheid en economische vooruitgang voor het hele gewest.
Wigbolt had drie zoons: Wigbolt jr, Christoffel en Johan.
Christoffel kreeg bij de boedelscheiding de hofstede de Linde bij Marum. De Linde was door Wigbolt sr in 1524 aangekocht.
Johan zetelde in Roden

Komend uit Leek komen we bij een groot inrijhek met gekroonde wapens.
Voor de gracht staat een grote poort uit Bentheimer zandsteen, in 1708 vervaardigd door de beeldhouwer H. Bielefeld.
De twee kanonnen dateren uit 1676. Ze heten Nienort en Vredewolt en ze zijn gesierd met wapens en inscripties.
De twee ingangen van het binnenplein zijn gebeeldhouwde poortjes uit 1678 en 1679. En van die poortjes draagt als opschrift:

non ad habitandum sed ad commorandom
niet om te bewonen, maar om te vertoeven.

Het torentje aan de frontgevel van Nienoord is een antieke windwijzer met wapen en een bronzen klokje uit 1679.
In de tuin bevindt zich een tuinkoepel uit de tijd van de eeuwwisseling 17e-18e eeuw. Dit is de zogenaamde schelpengrot. De wanden van deze koepel zijn versierd met een mozaek van schelpen en stukjes marmer.
Vroeger deed de koepel dienst als schatkamer.
Volgens de legende heeft een kindermeisje hier toen ingebroken. Voor straf moest ze toen de wanden versieren met schelpen en stukjes marmer.
Daar heeft ze twintig jaar over gedaan. Toen ze daarna in vrijheid werd gesteld stierf ze onmiddellijk.

De borg was zomerresidentie. In de winter woonde men in de stad Groningen, in verschillende woningen.
In de 16e eeuw (van Ewsum) was dat het huidige paleis van justitie in de Boteringestraat.
In de 17e eeuw (von Inn- und Kniphausen) bewoonde men het huidige Doelenhotel aan de Grote Markt.
De familie van Panhuys tenslotte woonde aan het Hereplein, aan het eind van de vorige eeuw, op de plaats van de huidige Nederlandse Bank.

Het praalgraf in de kerk van Midwolde is van Carel Hieronymus von Inn- und Kniphausen, de eerste man van Anna van Ewsum, overleden in Den Haag op 31 juli 1664.
Het praalgraf werd in opdracht van Anna van Ewsum vervaardigd door Romboudt Verhulst en kwam klaar in 1669.
De staande figuur, voorstellende de tweede man van Anna, werd later toegevoegd door Bartolomeus Eggers.
De tweede man van Anna van Ewsum was ook een lid van het geslacht von Inn- und Kniphausen, namelijk de in 1709 overleden Georg Wilhelm.
Het geslacht von Inn- und Kniphausen was een der oudste en aanzienlijkste geslachten van Oost-Friesland, onder andere verwant aan de Nassauers.
De Oost-Friese adel werd niet als buitenlands beschouwd.

De heren van Nienoord kwamen uit de volgende geslachten:

1525 - 1657 van Ewsum
1657 - 1884 von Inn- und Kniphausen
1884 - 1907 van Panhuys

Zie ook Ewsum en Van Ewsum en von Inn- und Kniphausen

Terug