D e . M e n k e m a b o r g

 

 

De meest bekende borg van Uithuizen en misschien wel van heel Groningen is de Menkema- borg.
De naam gaat terug tot de middeleeuwen, toen de onbekende nederzetter Menke zich daar vestigde.
Reeds in de 14e eeuw woonden er Menkema's in Uithuizen. Een Eppo Menkema komt in 1376 in Uithuizen voor als redger. Menkema was toen een heerd, een gerechtigde boerenplaats.
Van het geslacht Menkema weten wij weinig en een eeuw later was dit geslacht al verdwenen. In 1489 is Menkema het eigendom geworden van vrouwe Bywe tho Stedum.
Daarmee is de eenvoudige heerd opgeklommen tot woning van een hoofdelinge.
Menkema heeft zich van heerd tot adellijke borg ontwikkeld, zoals zoveel borgen in de Omme- landen.
Bovengenoemde Bywe was getrouwd met Andolof Nittersum. Hun dochter Teetke trouwde met Egbert Clant, waardoor de borg in het geslacht Clant kwam.

* Er is enige twijfel over wie de echtgenote van Alardus Clant was.
Volgens Vinhuizen en Coster in GVA 1929 was het Anna ter Hanzouw.
Maar volgens Ds. ten Broek in GVA 1930 deelde hij het echtelijke bed met Margaretha Lewe van Sandeweer.


Osebrandt Clant en Josina Manninga lieten in 1614 Menkema restaureren en een belangrijke uitbreiding ondergaan. Aan de westzijde werd het gebouw met een vleugel vergroot. Het huis kreeg toen een hoefijzervorm, waarvan de open ruimte naar het noorden gericht was.
Het achterste deel van de borg is dus het oudste. Boven in de achtermuur ziet men nog de sporen van tien smalle ramen, een kenmerk van oud Groningse bouwstijl.
Aan de eerste grote verbouwing herinnert een gebeeldhouwde steen in de noordelijke gevel van het westelijke deel. Deze steen is versierd met de wapens van Clant en Manninga en draagt het opschrift:

"Anno 1400 is Menckemahues vernelt. Anno 1614 dorch Gods gnade gereparert".

Johan Clant verkocht in 1682 de Menkemaborg aan Mello Alberda, geboren op 15 november 1642 op de Alberdaheerd te 't Zandt.
De verkoop van Menkema door Johan Clant aan Mello Alberda vond plaats op 15 juli 1682 ten overstaan van de Hoofdmannenkamer te Groningen. Deze belangrijke verkoop werd naar oude gewoonte openlijk in de kerken van Uithuizen en Uithuizermeeden bekend gemaakt op drie achtereenvolgende zondagen door de organisten R. Lunsing en Luikien Egberts Westenbrink. Deze proclamatie luidde als volgt:

"Mello Alberda tot Uithuisen en Uithuistermeeden Joncker ende Hovelinck, President en de Hooge Justitie Camer deser provincie van Stadt ende Lande, doe mit desen een jegelyck te weeten, dat ick hebbe gecoft van de Hooch Edelgeborene Heer Johan Clant van Aduwert, zoo voor hem selver en als vader ende wettige voorstander over zijn minderjarige Dochtertjen bij zijn overledene huisvrouw Vrou Hebelia Heleena Clant in echte geprocreƫerd, ten volge acte van authorisatie der Edele Mo: H. Heeren Luitenant ende Hoofdmannen in dato den 21 junij 1682, de Borch Menkema, eert-, spijker- ende nagelvast, met de schathuisen, hooven, graften, tuinen, boomen, plan- ten, plantagien, neffens zes en dartig graezen lant, staende ende gelegen tot Uithui - sen, met alle redgerrechten, overrechten en zijlrechtereeden in de schepperije soo op de borch als tot Uithuisen en Uithuistermeeden en op de landerijen aldaer vallende, in voegen de heer vercooper in qualite deselvige eenigsints heeft connen verdedigen; gelijck mede alle de gestoelten op en bij het choor en in de kercke, de kelder op
't choor, de begraffenissen in de kercke en op het kerckhoff tot Uithuisen; voorts drie collatien, vallende de eene op 't huis Menckema, de tweede op de plaetse soo bij Evert Smit, en de darde op Eyse Aljes plaetse, beide meijerwijse gebruickt. Soo eemant naercoop sal willen instellen kan het doen op behoorlijcke tijt en plaetse. Publicatum voor de eerste mael in de kercke tot Uithuisen (en Uithuistermeeden) den 30 Julij 1682".

Deze Mello Alberda was getrouwd geweest met Susanna Elisabeth Tamminga, afkomstig van Ludema te Usquert. Dit huwelijk werd op 30 maart 1664 in de kerk te Usquert gesloten. Elisabeth was toen nauwelijks 18 jaren oud. Ze heeft echter niet meer op Menkema gewoond, want twee jaar voor de koop was ze op de borg Ringeweer, ook in Uithuizen, overleden op 26 April 1680.

En zo kwam Menkema dus in handen van het geslacht Alberda. Mello Alberda heeft zijn bezittingen in Uithuizen steeds uitgebreid. Na zijn dood op 3 juli 1699 erfde zijn zoon Unico Allard de Menkemaborg.
Deze Unico Allard was geboren op 18 april 1676. Hij trouwde op 13 september 1701 met Everdina Cornera van Berum.
Dit echtpaar Alberda liet Menkema verschillende veranderingen ondergaan. De toren werd weggebroken en de hoefijzerruimte volgebouwd. De ingang werd verplaatst naar het westen.
Boven de hoofddeur zijn de wapens van dit echtpaar Alberda-van Berum, gekroond en gekwartileerd, met twee leeuwen als schildhouders, in zandsteen gebeiteld.
Van de op last van Unico Allard vervaardigde gebeeldhouwde eikenhouten schoorsteenmantels trekt vooral de forse schouw in de ridderzaal de aandacht. De eikenhouten schoorsteenman- tels zijn in late Lodewijk XIV stijl vervaardigd. In de voorkamer rechts van de ingang, de ontvangkamer, vinden we een schoorsteenmantel uit latere tijd, in Lodewijk XVI stijl.
In de beide achterste kamers vinden we ramen met gebrandschilderd glas met familiewapens.
Onder deze kamers vinden we de keuken.
Op de bovenverdieping van het huis vinden we slaap- en logeerkamers en daarboven grote zol- ders. Ook op de bovenverdieping zijn de vertrekken door een brede gang gescheiden. De tweede kamer links is een iets groter vertrek. Ook hier vinden we weer gebrandschilderd glas.
Dit echtpaar Alberda-van Berum liet ook een schets van een tuinaanleg na. Deze schets werd gebruikt bij de aanleg van de huidige tuinen.

Op 22 april 1902 overleed jhr Gerhard Alberda van Menkema en Dijksterhuis, de laatste borg- heer van Menkema. Hij werd bijgezet in de familiegrafkelder op de begraafplaats te Uithuizen.
Sedert 1873 tot aan zijn dood was hij kamerheer des Konings en der Koningin in buitengewone dienst.
Koning Willem de derde bezocht in mei 1873 de Menkemaborg.
Na het ongehuwd overlijden van de laatste heer van Menkema en Dijksterhuis werd Dijkster- huis te Pieterburen op afbraak verkocht en het volgende jaar gesloopt. De bossen werden ook spoedig gerooid. Het schathuis bleef bestaan en werd in een boerderij herschapen.
Gelukkig bleef Menkema bestaan!
De erfgenamen hebben in 1921 de borg met de naaste omgeving aan het Museum voor Stad en Lande te Groningen geschonken. De Menkemaborg werd op rijkskosten gerestaureerd. De restauratiewerkzaamheden waren in de zomer van 1927 gereed. De borg kon toen voor het publiek opengesteld worden. Een uit het midden der vorige eeuw daterende landbouwschuur, die op de plaats van het huidige rosarium stond, was afgebroken.
De aanleg van de tuinen was al in 1923 gereed gekomen. Hierbij was gebruik gemaakt van het al eerder genoemde tuinplan, dat gevonden was in de huisarchieven en afkomstig was van het echtpaar Alberda-van Berum.
De grote inrijpoort van de Menkemaborg is afkomstig van de borg Dijksterhuis te Pieterburen, die in 1903 gesloopt werd. De versieringen tonen late Lodewijk XIV vormen.
In de tuin staat een grote siervaas, afkomstig van de borg Haykema te Zeerijp.

Terug

 

 

 

 

Bron: GVA