Een witte kanarie uit Steenwijk Trok haren uit het hoofd van een veenlijk. Hij lachte er bij, Toen hij tegen me zei: 'Als 'k ze verkoop, word ik steenrijk.' |
Een pas getrouwd stelletj'uit Schagen Had soms eigenaardige vlagen! Want zie je, dan droeg Hij haar naar de kroeg Om samen de tap door te zagen. |
Een vrolijke Turk uit Turkije Wou eens met een Hollandse vrijen. Maar zij gaf een gil En riep toen: 'Ik wil Veel liever een truitje gaan breien.' |
Een dominee in Zierikzee Riep van de kansel luid: 'O wee! Hoor wat ik zeg! O wat een pech! Ik moet zo nodig naar de plee!' |
De koningin van Lombardije Ging elke dag een eindje rijen. Maar ze zei op een keer, 't Was toen miezerig weer: 'Vandaag blijf ik thuis. 'k Ga niet rijen.' |
Een meid uit Aandepoppelaar Was smoorverliefd op de molenaar. Maar één zoen op z'n mond En hij riep terstond: 'Je stinkt uit je strot, vergeet het maar!' |
Een vrolijk meisje uit Terneuzen, Kwam maar moeilijk tot een keuze. Ze was nog vrijgezel En werkte als fotomodel, Maar veel liever was ze buschauffeuse! |
Een piepklein muisje uit Tietjerksteradeel Had reuze trek in een gestoomde makreel Hij at hem vlug op, Maar o wat een strop! Hij stikte zowat door een graatj'in z'n keel. |