L i m e r i c k s

 

Een witte kanarie uit Steenwijk

Trok haren uit het hoofd van een veenlijk.

Hij lachte er bij,

Toen hij tegen me zei:

'Als 'k ze verkoop, word ik steenrijk.'

 

Een pas getrouwd stelletj'uit Schagen

Had soms eigenaardige vlagen!

Want zie je, dan droeg

Hij haar naar de kroeg

Om samen de tap door te zagen.

 

Een vrolijke Turk uit Turkije

Wou eens met een Hollandse vrijen.

Maar zij gaf een gil

En riep toen: 'Ik wil

Veel liever een truitje gaan breien.'

 

Een dominee in Zierikzee

Riep van de kansel luid: 'O wee!

Hoor wat ik zeg!

O wat een pech!

Ik moet zo nodig naar de plee!'

 

De koningin van Lombardije

Ging elke dag een eindje rijen.

Maar ze zei op een keer,

't Was toen miezerig weer:

'Vandaag blijf ik thuis. 'k Ga niet rijen.'

 

Een meid uit Aandepoppelaar

Was smoorverliefd op de molenaar.

Maar één zoen op z'n mond

En hij riep terstond:

'Je stinkt uit je strot, vergeet het maar!'

 

Een vrolijk meisje uit Terneuzen,

Kwam maar moeilijk tot een keuze.

Ze was nog vrijgezel

En werkte als fotomodel,

Maar veel liever was ze buschauffeuse!

 

Een piepklein muisje uit Tietjerksteradeel

Had reuze trek in een gestoomde makreel

Hij at hem vlug op,

Maar o wat een strop!

Hij stikte zowat door een graatj'in z'n keel.

 

Terug