Drie Veenborgen
te
Kleinemeer

 

Vosholen

Deze zogenaamde veenborg werd omstreeks 1706 gebouwd door Gerrit Blencke, gesworene van de stad Groningen.
Vosholen stond aan de zuidzijde van het hoofddiep, even ten westen van het dwarsdiep naar Sappemeer.
In alle eenvoud leek het een getrouwe kopie van het huidige Welgelegen, maar dan wel van bescheidener allure.
Het landgoed strekte zich vanaf het Kleinemeersterhoofddiep naar het zuiden uit tot aan de oude landweg, die de Borgercompagnie met de Kalkwijk verbond.
Hier tegenover, evenwijdig aan het Kleinemeerster diep lagen nog ruim tien grazen, die aan de noordzijde werden begrensd door de oude wagenweg, de tegenwoordige Middenstraat te Sappemeer.
De oprijlaan van hoge eiken voerde vanaf Welgelegen langs de zuidzijde van het hoofddiep naar Vosholen. Een inrijhek op de dam in de brede gracht gaf toegang tot de borg.
Prachtige lanen omzoomden het landgoed.
En liep zuidwaarts tot aan de oude landweg, terwijl een dubbele rij beuken, geflankeerd met kreupelhout, de wandelaar langs de landerijen naar de middenstraat bracht. Daar sloot zij aan op een laan, die rechtstreeks naar het 'herendiep' te Sappemeer liep. Het is het huidige 'Roomse laantje', dat heden nog Kleinemeer verbindt met de roomse kerk te Sappemeer.
Vosholen werd gesloopt in de negentiger jaren van de negentiende eeuw.
De grachten en vijvers werden gedempt.
Door een latere herontginning is zelfs het eigenlijke borgterrein niet meer te herkennen.

 

Welgelegen

 

Op 16 maart 1647 werd het contract ondertekend tot het stichten van een nieuwe compagnie, "te noemen de Groninger off Borger Compagnije".
Deelnemers waren onder andere de gebroeders Haicko en Jacob Haijckens, vaandrig Johan Cornelis Spiel, Adriaan Geerts Paep alias Wildervanck, Abraham Frerix Hogezandt en Willem Titsinge.
Deze compagnie wil zich bezig gaan houden met de turfgraverij, die terstond met kracht ter hand wordt genomen.
Het complex venen lag ter weerszijden van een te graven hoofddiep, evenwijdig aan de Oude Friesche Compagnie (de tegenwoordige Kalkwijk). Naarmate de turfgraverij voortschrijdt volgt de ontginning van de vrijgekomen dalgronden.
In 1655 splitsen de compagnons een strook grond langs het Kleinemeerster hoofddiep in 12 heemsteden, het compagniehuis meegerekend 13. Of het de bedoeling is geweest, dat ieder daar een huis zou bouwen is niet bekend. Wel zien we aan de westzijde van het Borgercompagniester hoofddiep de twee hofsteden van de gebroeders Haijckens en Willem Titsinge, waaruit in latere jaren het buiten Woelwijk zal ontstaan. Juist hier tegenover, aan de oostzijde van de vaart, laat Johan Cornelis Spiel zijn hofstede verrijzen: "Welgelegen".
Van deze Spiel is niet veel bekend.
Hij is boekhouder van het Enens-gasthuis geweest en ook vaandrig van de burgerwacht. Hij is twee keer getrouwd geweest. Zijn eerste vrouw was Geertruit Beijeringe. Zijn tweede vrouw was Margreta van Ewsum, weduwe van Johannes Vertier. Zij was een telg uit het beroemde geslacht van Ewsum, dat van oorsprong uit Middelstum afkomstig was.
Vermoedelijk heeft Welgelegen alleen gediend als zomerverblijf, want 's winters was het geen aangenaam vertoeven in deze kale en barre landen, waar veel 'woest volk' de omgeving onveilig maakte.
De bezitting breidde zich gestadig uit, ook door erfenis.
Volgende eigenaars van Welgelegen zijn Susanna van Wullen, getrouwd met Johannes Vertier Stoltz. Daarna werd eigenaar Jan Lohman, wiens vader afkomstig was uit Oost-Friesland. Deze Lohman is onder andere getrouwd geweest met Bouwijna Coenders uit het geslacht Coenders van Helpen. In 1730 werd Albartus Boelens eige- naar, die dat bleef tot 1736.
In dat jaar wordt Welgelegen verkocht aan Carl Friedrich Graaf von Wartensleben en zijn vrouw Wendelina Cornera Alberda voor 4300 Car. guldens.
Wendelina Cornera Alberda is de jongste dochter van Unico Allard Alberda, heer van Menkema en Everdina Cornera van Berum. Zij is vermoedelijk in 1713 op de Menkemaborg geboren.
Carl Friedrich en zijn schoonmoeder kunnen niet zo goed met elkaar overweg.
Hij is op 13 maart 1710 geboren als zoon van Carl Aemilius Graaf von Wartensleben, brigadier en opperhofmeester van de Vorst van Hessen-Cassel en Catharina Christiane von Plessen.
Prins Bernhard stamt ook uit dit geslacht.
De nieuwe bezitters van Welgelegen gaan meteen tot verbouwing over. We mogen wel aannemen, dat het huis geheel opnieuw is opgetrokken.
Aan de voorzijde rijst het op uit de gracht. Een brug voert tot de deur, die, met de twee smalle ramen aan weerszijden, toegang geeft tot de hal.
Een trap leidt naar de zolders, waar zich enige kamers bevinden, die een wijde blik geven op het omringende landschap.
Juist in het midden steken de twee sierlijke topgeveltjes uit boven het dak. Acht grote ramen aan de voorzijde geven een ruim uitzicht vanuit de vertrekken.
De tuin bevindt zich aan de achterzijde.
Ruime paden leiden langs de beide vijvers en de perken met bloemen.
In 1749 gaat Welgelegen over in andere handen. De nieuwe eigenaar is de luitenant-kolonel Wilhelmus Lichtenvoort en diens vrouw Reynouw Gesina Star.
Welgelegen blijft in dit geslacht tot 15 september 1900. Dan wordt eigenaar de landbouwer Aeilko Edzes, de overbuurman van Welgelegen. Zijn boerderij werd in de twintiger jaren afgebroken.
Hij heeft Welgelegen niet bewoond.
Het huis raakt steeds meer in verval. In 1915 wordt besloten tot verkoop op afbraak.
Dan komt er plotseling een koper opdagen in de persoon van Mr. C.A. Star Numan, een nakomeling uit het geslacht Lichtenvoort.
Hij is bezield van maar n gedachte: redding en behoud van het oude familiegoed. In 1918 gaat Welgelegen aan hem in eigendom over. Hij spaart kosten noch moeite om het huis in oude luister te herstellen. Met schitterend resultaat!
Welgelegen herrijst in zijn oorspronkelijke gedaante.
In 1936 gaat Welgelegen door vererving over aan zijn zuster Catharina Cornelia Star Numan, die gehuwd was met Evert Jan Thomassen Thuessink van der Hoop van Slochteren, die van 1917 tot 1925 burgemeester van Sappemeer was. Daarna was hij burgemeester van Slochteren tot 1940.
Hij is in 1952 op de Fraeylemaborg gestorven. Zijn weduwe bleef op de Fraeylemaborg wonen.

 

Woelwijk

 

Twee eeuwen geleden gaven de bossages en tuinen van enige buitenplaatsen aan de buurtschap Kleinemeer een fraai aanzien. Tegenover het nog bestaande Welgelegen stond, aan de overzijde van het Borgercompagniesterdiep, het statige Woelwijk.
Het huis, op kelders gebouwd, telde twee verdiepingen. Een hoge monumentale stoep leidde naar de hoofdingang met aan weerszijden twee ramen.
In volkomen symmetrie hiermee waren de vijf grote ramen van de bovenverdieping, bekroond met een aardige topgevel, terwijl twee 'akkeneeltjes' sierlijk uit het dak naar voren staken.
Rondom het 18e eeuwse landhuis lag het prachtige park, aangelegd in de stijl van Le Ntre, de befaamde tuinarchitect van Versailles.
Een dubbele rij bomen op de singels en langs de grachten beschermde het rosarium tegen de krachtige westenwind.
Een fontein klaterde in het midden en verbrak de strakke lijnen van de perken geschoren taxishagen, met beelden versierd. Een zonnewijzer in de kersenhof gaf de uren aan.
Boogbruggetjes leidden over de gracht, die deze hof omsloot en die van de perken gescheiden was door een langgerekte vijver.
Nog verder naar het noorden lagen de moestuinen.
Temidden hiervan stond het koetshuis, door een brede dam verbonden met de weg, beplant met een dubbele rij bomen.
De oprijlaan, omzoomd door linden, gaf van de hoofdweg van de Borgercompagnie af toegang tot de borg, die aan een groot binnenplein stond.
Hier bevond zich ook de oranjerie, aan de rand van het eikenbos, dat het uitzicht over de vlakke landen aan het oog onttrok. Een grote boomgaard, van het park gescheiden door een brede binnengracht, sloot het terrein naar het zuiden af.
Stichter van Woelwijk was de Groninger raadsheer Jacob Appius, kleinzoon van Jacob Haijckens.
De borg moet gebouwd zijn in het begin van de 18e eeuw.
In 1722 wordt Woelwijk verkocht aan Gerhard Sichterman, kolonel van een regiment infanterie, gouverneur van Grave en kwartiermeester-generaal van de cavalerie.
Hij was getrouwd met Lowijse Christina Trip, afkomstig van de Warffumborg.
Na eerst nog enkele andere eigenaars gehad te hebben, komt Woelwijk in 1768 in het bezit van Cornelis Star Lichtenvoort, een zoon van kolonel Wilhelmus Lichtenvoort, eigenaar van Welgelegen.
Enkele jaren later wordt Woelwijk gesloopt.

Terug