Fraeylemaborg

 

S l o c h t e r e n

 

 

Vermoedelijk stond op de plaats van de huidige borg in de 13e eeuw het stamslot van het geslacht Snelgers.
In 1538 vinden wij Oesbrandt Fraylma hoofdeling tho Slochteren als bewoner. Later kwam de borg aan het geslacht Rengers.

De linkervleugel is er in de 17e eeuw aan toegevoegd.
Johan de Witt heeft in de 17e eeuw in de borg gelogeerd.
Aan het eind van de 17e eeuw bracht ook stadhouder Willem III de borg een bezoek. Borgheer was toen Henric Piccardt.

Het huis raakte in verval. In 1781 werd de borg verkocht aan Mr. Hen- drik de Sandra Veldtman, die alles weer in behoorlijke staat bracht.
In 1815 vererfde de borg op zijn dochter, die gehuwd was met Jhr. Johan Hora Siccama.
Van deze familie vererfde het landgoed in de tweede helft van de 19e eeuw, in 1867, op het geslacht Thomassen à Thuessink van der Hoop.

Er wordt wel beweerd, dat het gehucht Schaaphok de plaats is, waar vroeger de schapen van de Fraeylemaborg werden gehouden. Vanwege de geur zou de borgheer de schapen niet zo dicht bij huis willen hebben.

Sinds januari 1972 is de borg eigendom van de Gerrit van Houten- stichting. Voor herstelwerkzaamheden kwam er in 1972 een subsidie van anderhalf miljoen. En voor herstel van het bos kwam er een twee- de subsidie van bijna een half miljoen.
De bovengenoemde Henric Piccardt heeft het bos laten aanleggen in een geometrische stijl. Vanuit de borg kon hij via een breed midden- pad nog juist over een afstand van ongeveer 600 meter een beeld zien, dat het eind van het bos markeerde. Op die manier had hij alle flora van zijn gebied in beeld.
Bovendien kon hij vanuit zijn borg, via paden die schuin door het bos liepen aan de ene kant een molen en aan de andere kant een kerk zien.
De familie Piccardt verarmt.
In 1781 komt de borg in bezit van Hendrik de Sandra Veldtman, zoals we al weten.
En òf deze Veldtman òf de na hem komende familie van der Hoop heeft over de wiskundige figuren van Piccardt de zogenaamde land- schapstijl laten aanleggen.
Deze Engelse stijl geeft wel een natuurlijke indruk, maar dat is het toch niet, het is allemaal mensenwerk.

In de 19e eeuw is het achterste stuk bij het bos aangekomen.
Dat stuk is ongeveer 400 meter lang en het is breder dan het oor- spronkelijke bos.

Terug