In de Bijbel lezen we over de strijd tussen Israël en de
Filistijnen. Denk maar aan Simson en aan Goliath, die reus van
een Filistijn, die verslagen werd door David, toen nog een
eenvoudige herdersjongen. Hij versloeg Goliath met zijn
eenvoudige herdersgereedschap. Lees dat verhaal nog maar eens,
het is een spannend verhaal en het staat in het Oude Testament in
1 Samuël 17.
In Genesis 10 vs. 14 (oude vertaling) lezen we, dat de Filistijnen uit de Casluchieten
stammen. Dat waren inwoners van Cassictis of mogelijk Colchis.
Volgens het randschrift bij deze tekst, danken de Filistijnen hun
naam aan het feit, dat ze Palestina hebben ingenomen.
Volgens een encyclopedie die ik eens had is het net andersom en
is Palestina naar de Filistijnen genoemd.
Veel weten we niet van de Filistijnen. Het is altijd een mysterieus volk geweest. Door wetenschappelijk onderzoek krijgen we er langzamerhand wat meer kijk op. Inscripties in tempels en scherven zijn daarbij belangrijke hulpmiddelen.
Berucht waren ze, die vreemdelingen, de
Filistijnen. Alarmerende geruchten verspreiden zich al vóór hun
komst.
IJlboden komen de mensen het slechte nieuws brengen over die
onbekenden, die aan de rand van de Oude Wereld, aan de kusten van
Griekenland, opduiken.
Plompe voertuigen met schijfwielen en getrokken door ossen zijn
in aantocht. Ze worden begeleid door vrouwen en kinderen en zijn
volgeladen met huisraad en dergelijke. Ze worden voorafgegaan
door gewapende mannen met ronde schilden en bronzen zwaarden. Ze
zijn ontelbaar in aantal. Een dichte stofwolk verraadt hun komst.
Geen mens weet waar ze vandaan komen. Ze worden voor het eerst
gesignaleerd aan de Zee van Marmora. Dan gaan ze naar het zuiden,
langs de kust van de Middellandse zee.
Op zee zeilt een grote vloot in dezelfde richting. Het zijn
schepen met hoge stevens.
Niemand kan deze vreemdelingen tegenhouden. Ze
breken alle tegenstand en laten een spoor van vernielingen,
brandstichting en plundering achter zich.
De schitterende stoeterijen van Silicië worden geplunderd en de
schatten van de zilvermijnen van Tarsus worden weggeroofd. De
smelterijen bij de ertslagen worden gedwongen het fabrieksgeheim
prijs te geven van de productie van het waardevolste metaal uit
die tijd, het ijzer.
Ze laten het rijk der Hethieten verdwijnen, één van de drie
wereldmachten uit het tweede millennium voor Christus.
Hun vloot gaat voor Cyprus voor anker en bezet dat eiland.
Ook over land trekken ze verder en bezetten Noord-Syrië. Via
Karkemisj aan de Eufraat trekken ze op langs het dal van de
Orontes. Gevangen tussen de troepen aan land en de vloot op zee
vallen de rijke steden van de Feniciërs langs de kust: Ugarit,
Byblos, Sidon en Tyrus.
Grote branden teisteren de steden op de
vruchtbare kustvlakten van Palestina.
In de Bijbel vinden we er niets over, maar toch moet het Joodse
volk dit wel gezien hebben vanaf hun heuvelland.
Israël heeft er niets mee te maken. Het zijn de burchten van de
gehate Kanaänieten, die in vlammen opgaan.
De grote opmars zet zich voort, over land en over zee, in de
richting van Egypte!
Ook in Egypte heeft men al van deze rovende en plunderende
vreemdelingen gehoord. Daar heerst Ramses III in zijn achtste
regeringsjaar.
Een alarmerend bericht luidt: Geen land vermocht hun wapens te
weerstaan. Het rijk der Hethieten, de kustgebieden van Silicië
en Noord-Syrië, Karkemisj en Cyprus werden met één slag
verwoest. Ze richtten de volkeren te gronde en de landen waren
alsof ze nooit bestaan hadden. Ze waren op mars naar Egypte. Ze
legden de hand op alle landen tot het einde der aarde. Hun harten
waren vol vertrouwen en goede moed.
Ramses III treft voorbereidingen voor de strijd en kondigt een
algehele mobilisatie af.
Een geweldige strijdmacht, met alle weerbare mannen van Egypte,
trekt de vreemdelingen tegemoet om slag te leveren.
Veel concrete gegevens dienaangaande zijn niet bekend. De
Egyptische oorlogsverslaggeving beperkt zich tot lofliederen op
de overwinnaar: Zijn troepen zijn als stieren bereid op het
slagveld, zijn paarden zijn als valken temidden van kleine vogels.
De Egyptische strijdwagens zijn op de gewapende vijand afgestormd.
Tussen de logge ossenwagens met vrouwen en kinderen vindt een
vreselijke slachting plaats. De lijken der gevallenen stapelen
zich op. Egyptische soldaten plunderen de ossenwagens, de
overwinning lijkt bevochten.
Egypte heeft een slag van wereldhistorische betekenis gewonnen,
de vijand te land is beslissend verslagen.
Met snelle strijdwagens spoeden ze zich naar de kust, waar de
vijand met zijn schepen de mondingen van de rivier is
binnengedrongen.
De grote zeeslag is in de tempel van Medinet Haboe vereeuwigd op
een groot reliëf in steen. De schepen van de tegenstanders zijn
elkaar in groepen genaderd. Kort voor het treffen moet er een
windstilte zijn gekomen, want de zeilen zijn gereefd. Dat moet
voor de vreemdelingen een grote tegenvaller geweest zijn, want
hun schepen werden er onhanteerbaar door. Die windstilte was voor
de Egyptenaren erg gunstig. In hun met roeiers bemande boten
naderen ze de vijand. Als ze de juiste afstand bereikt hebben,
krijgen de boogschutters bevel om te schieten. De vreemdelingen
worden getroffen door een enorme pijlenregen. Ze vallen bij
bosjes overboord. Als de verwarring volkomen is, komen de
Egyptenaren aanroeien en laten de vijandelijke boten omslaan. Wie
dan nog kans ziet zwemmend of wadend aan land te komen, wordt
gedood of gevangen genomen.
Ramses III heeft met deze overwinning zonder weerga de dodelijke
bedreiging van zijn land kunnen afweren.
Na de slag worden de doden en gewonden de handen afgehakt en op
een hoop gegooid, zodat ze het aantal vernietigde vijanden kunnen
vaststellen.
Wat met de vrouwen en kinderen is gebeurd, wordt nergens vermeld.
De overwonnen strijders worden samengedreven in de eerste
krijgsgevangenenkampen ter wereld. De gevangenen worden
gebrandmerkt. De naam van de farao werd in hun huid gebrand.
Onder de 'zeevolken', zoals de Egyptenaren de vreemde veroveraars
noemen, neemt één volksstam een bijzondere plaats in, de
Peleset of Prst. Dat zijn de Filistijnen uit het Oude Testament.
Egyptische kunstenaars verstonden hun vak! Ze
waren in staat de gelaatsuitdrukking van vreemde volken met een
buitengewone opmerkingsgave voor hun karakteristieke kenmerken
weer te geven.
Zo tonen de reliëfs van Medinet Haboe met grote nauwkeurigheid
de gezichten van de bijbelse Filistijnen.
De lange, slanke gestalten steken meer dan een hoofd boven de
Egyptenaren uit. De bijzonderheden van hun kleding en wapenen en
ook hun gedrag in de strijd zijn goed waar te nemen.
Denk de Israëlieten in de plaats van de Egyptenaren en je hebt
een goed beeld van de gevechten, die zich jaren later in
Palestina afspeelden en onder de koningen Saul en David hun
hoogtepunt bereikten, ongeveer 1000 jaar voor Christus.
De Israëlieten deden opnieuw wat kwaad is in de ogen des Heren; toen gaf de Here hen over in de macht der Filistijnen, veertig jaar.
Richteren 13 vs. 1
Dertien jaar, nadat ze waren verslagen door
Ramses III (in 1188 v. C.), hadden de Filistijnen zich gevestigd
in de kustvlakte in het zuiden van Kanaän, tussen het gebergte
van Juda en de zee.
In 1 Samuël 6 vs 17 noemt de Bijbel de door hen beheerste vijf
steden: Askelon, Asdod, Ekron, Gath en Gaza.
Iedere stad wordt door een 'heer' geregeerd, die onafhankelijk is.
Soldaten bewerken de akkers op het omringende land.
Die stadsheren mogen dan onafhankelijk zijn, in politiek en
militair opzicht handelen ze steeds gezamenlijk. Dan vormen de
Filistijnen een eenheid. Dat maakt hen juist zo sterk.
De Bijbel maakt ook melding van andere stammen, die met de
Filistijnen het land binnengekomen zijn en zich aan de kust
hebben gevestigd.
Zo zegt de Here Here: Omdat de Filistijnen wraakzuchtig gehandeld hebben door met bitter leedvermaak wraak te nemen en in eeuwigdurende vijandschap te verdelgen, daarom, zo zegt de Here Here: zie, Ik strek mijn hand uit tegen de Filistijnen, Ik zal die Kretenzen* uitroeien en zelfs het overblijfsel aan het strand der zee te gronde richten; Ik zal geduchte wraak aan hen oefenen met grimmige straffen. En zij zullen weten, dat Ik de Here ben, wanneer Ik mijn wraak over hen breng.
Ezechiël 25 vs 15 e.v.
* In de oude vertaling worden dit Cherethieten genoemd. Volgens het randschrift is dat de naam van een deel van het land der Filistijnen, maar meestal worden hieronder alle Filistijnen verstaan.
Als de Filistijnen in Kanaän komen, verschijnt
er ook een karakteristieke keramiek. Deze keramiek verschilt
duidelijk van het aardewerk dat in de steden van Kanaän en bij
de Israëlieten in gebruik was.Uitsluitend in het gebied van de
vijf Filistijnse steden stuiten opgravers op deze keramiek.
Daaruit is dus af te leiden, dat de Filistijnen hun aardewerk
zelf maakten.
Toen voor de eerste keer Filistijns aardewerk werd gevonden wekte
dit verbazing bij de archeologen. Dit waren zij ook elders al
tegengekomen, zelfde kleur, zelfde motief, zelfde vormen.
Die gele bekers en kruiken, beschilderd met geometrische tekens
in rood en zwart en met zwanen kenden ze uit Mycene. Dit
schitterende vaatwerk was sinds 1400 v.C. erg in trek en werd
naar alle landen geëxporteerd. Toen enkele decennia voor 1200 v.C.
Mycene werd verwoest, hield deze import uit Griekenland
plotseling op. De Filistijnen moeten via Mycene gekomen zijn. In
Kanaän hebben ze hun oude vertrouwde handwerk weer hervat.
Heb Ik Israël niet uit het land Egypte gevoerd en de Filistijnen uit Kaftor?
Amos 9 vs 7 (Zie ook Gen. 10 vs 14 en Deut. 2 vs 23).
Kaftor is Kreta, het eiland voor Griekenland.
Een ander interessant feit, dat ook door de Bijbel wordt
aangeroerd, wordt door het aardewerk van de Filistijnen geïllustreerd.
Veel kruiken hebben een filter. Dat zijn typische bierkruiken.
Dat filter diende om de vliesjes van de gerst tegen te houden,
die men bij het drinken in de keel zou kunnen krijgen.
De Filistijnen moeten stevige drinkers geweest zijn, want in hun
nederzettingen zijn veel bierkruiken en wijnbekers gevonden. De
geschiedenis van Simson vermeldt ook feestmaaltijden, hoewel
Simson zelf geen alcohol dronk (Richt. 14
vs 10 en 16 vs 25).
Wist u trouwens, dat het bier een uitvinding is van de
Filistijnen? In het Oude Oosten bloeiden de eerste grote
brouwerijen. De herbergen in Babylon hadden vijf verschillende
biersoorten: jong bier, licht bier, donker bier, lagerbier en nog
een mengbier, dat ook wel honingbier genoemd werd. Dit honingbier
was een kruidenextract, dat ingedikt was en lang goed bleef.
Ideaal voor op reis. Vóór gebruik moest het alleen nog even met
water vermengd worden.
Er was echter nog een andere ontdekking, die veel belangrijker
was.
De Filistijnen waren de eersten, die in Kanaän over ijzer
beschikten. In grote hoeveelheden. En het was toen een zeldzaam
en kostbaar metaal. En net als het aardewerk, bewerkten ze ook
het ijzer zelf. De eerste ijzergieterijen moeten in het gebied
van de Filistijnen in Kanaän hebben gestaan.
De Hethieten waren de eerste ijzerfabrikanten ter wereld. Hun
smeltprocédé werd door de Filistijnen op hun rooftocht door
Klein Azië als buit meegevoerd.
De Filistijnse vorsten bewaakten angstvallig de geroofde formules.
Het was hun monopolie en ze deden er grote zaken mee.
Israël was toen nog veel te arm om ijzer te kunnen kopen. Men
had dus geen ijzeren landbouw- werktuigen, geen spijkers voor het
bouwen van huizen en dat was een grote handicap. De Filistijnen
proberen, nadat ze ook het gebergte bezet hebben, de productie
van nieuwe wapens te voorkomen. Een Israëliet mag geen smid zijn.
Een smid was er niet te vinden in het gehele land van Israël, want de Filistijnen hadden gezegd: De Hebreeën mogen zich geen zwaarden of speren maken.
1 Samuël 13 vs 19
Simsons daden zijn heldensagen, maar daarachter
verbergen zich harde feiten. De Filistijnen beginnen op te
rukken, ze breiden hun woongebied naar het oosten uit.
Van het hoogland door lengtedalen gescheiden, verheffen zich
heuvelrijen tussen de kustvlakte en het hoogland van Juda. Eén
van die lengtedalen is het dal van Sorek. Simson leefde in Zora
en in Timna, niet ver daarvandaan, trouwde hij met een dochter
der Filistijnen. Ook Delila kwam daarvandaan.
Door dit dal sturen later de Filistijnen de buitgemaakte Ark des
Verbonds terug.
Het opdringen van de Filistijnen naar het heuvelland voor de
bergen van Juda is nog maar het voorspel. Jaren later volgt de
grote strijd tegen Israël.
Israël trok ten strijde tegen de Filistijnen en legerde zich bij Eben-Haëzer; De Filistijnen echter hadden zich gelegerd te Afek.
1 Samuël 4 vs 1b
Afek lag aan de noordgrens van het gebied der
Filistijnen. Een puinheuvel, de Tell el-Muchmar, bevat de
overblijfselen van deze plaats aan de bovenloop van een rivier,
die ten noorden van Jaffa in de zee uitmondt. Afek was
strategisch zeer gunstig gelegen.
Naar het oosten kwam men, bij het gebergte van Midden-Palestina,
in het woongebied der Israëlieten.
Tegenover Afek lag Eben-Haëzer, aan de rand van het gebergte. En
daar troffen de legers elkaar.
Het eerste treffen was een overwinning voor de Filistijnen. De
Israëlieten zijn danig in het nauw gedreven. En in hun nood
laten ze de Ark des Verbonds uit Silo halen. Toen de Ark in de
legerplaats der Israëlieten aankwam, hieven ze een luid gejuich
aan. Zo hevig, dat de Filistijnen zich verbaasd afvroegen, wat er
aan de hand was. Een volk, dat pas een nederlaag heeft geleden,
gaat toch niet staan juichen?
Maar toen ze gewaar werden, wat de reden van dat gejuich was,
schrokken ze hevig! O wee! God zelf was nu bij de Israëlieten!
Wat moesten ze nu?
Maar hun leiders spraken hen moed in. Het was erop of eronder.
Als ze zouden worden overwonnen, betekende dat dienstbaarheid aan
de Joden en dat wilden ze niet.
Met de moed der wanhoop stormden de Filistijnen op de legerplaats
der Israëlieten af. Die waren niet opgewassen tegen de machtige
Filistijnen. Het leger van Israël vlucht en de Filistijnen
voeren de Ark des Verbonds als buit mee.
Na deze twee veldslagen hebben de Filistijnen hun doel bereikt,
ze hebben Midden-Palestina in handen
2 De Filistijnen stelden zich in slagorde op tegenover Israel. De strijd werd algemeen en Israel leed de nederlaag tegen de Filistijnen; en dezen versloegen in de slag op het open veld ongeveer vierduizend man.
3 Toen het volk in de legerplaats terugkeerde, zeiden de oudsten van Israel: Waarom heeft de Here ons heden de nederlaag laten lijden tegen de Filistijnen? Laten wij de ark van het verbond des Heren uit Silo halen, zodat die midden onder ons kome en ons verlosse uit de macht onzer vijanden.
4 Daarop zond het volk bericht naar Silo, en zij brachten vandaar de ark van het verbond des Heren der heerscharen, die op de cherubs troont; daar waren bij de ark van het verbond Gods de beide zonen van Eli, Chofni en Pinechas.
5 Zodra de ark van het verbond des Heren in de legerplaats kwam, hief geheel Israel een gejuich aan, zo luid, dat de aarde dreunde.
6 En de Filistijnen, die dat gejuich hoorden, zeiden: Wat betekent toch dat luide gejuich in de legerplaats der Hebreeen? Toen zij vernamen, dat de ark des Heren in de legerplaats gekomen was,
7 werden de Filistijnen bevreesd, want zij zeiden: God is in de legerplaats gekomen, en zij zeiden: Wee ons, want zo iets is noch gisteren noch eergisteren geschied.
8 Wee ons! Wie redt ons uit de macht van deze geweldige god? Dit is dezelfde god, die de Egyptenaren met allerlei plagen in de woestijn geslagen heeft.
9 Grijpt moed en zijt mannen, gij Filistijnen, opdat gij geen slaven der Hebreeen wordt, zoals zij van u geweest zijn. Zijt mannen en strijdt!
10 ¶ Toen streden de Filistijnen en Israel werd verslagen. Ieder vluchtte naar zijn tent, en de slachting was zeer groot: van Israel vielen dertigduizend man voetvolk.
11 Ook werd de ark Gods buitgemaakt en de beide zonen van Eli, Chofni en Pinechas, vonden de dood.
1 Samuël 4 vs 2-11
De Filistijnen bezetten het heuvelland, ontwapenen Israël en legeren bezettingstroepen in het gebied
Daarna zult gij te Gibea Gods komen, waar de bezetting der Filistijnen ligt. Zodra gij daar de stad ingaat, zult gij een schare profeten tegenkomen, die van de hoogte afdalen, voor hen uit harpen, tamboerijnen, fluiten en citers; zelf zullen zij in geestvervoering zijn.
1 Samuël 10 vs 5
Jonatan nu versloeg de bezetting der Filistijnen, die te Geba lag; dit vernamen de Filistijnen. Terzelfder tijd liet Saul in het gehele land op de hoorn blazen, want hij dacht: De Hebreeen moeten het vernemen.
1 Samuël 13 vs 3
Vondsten doen vermoeden, dat het er hard is
toegegaan bij de opmars der Filistijnen. De tempel te Silo,
speciaal gebouwd voor de Ark des Verbonds, ging in vlammen op.
Seilum, zoals Silo nu heet, ligt tweeëntwintig kilometer ten
zuiden van Sichem. Daar in de buurt, op een heuvel, lag de
heilige plaats, het heiligdom, waar de Joden heengingen (Jozua 18 vs 1 - Richteren 21 vs 19 e.v. - 1 Samuël 3
vs 21) en waar in het begin van onze
jaartelling vroeg-christelijke en mohammedaanse gedenkplaatsen
werden opgericht.
In de jaren 1926 tot 1929 zijn hier opgravingen gedaan door een
Deense expeditie onder leiding van de archeoloog Kjaers. Onder de
overblijfselen van Silo vonden ze duidelijke sporen van een
verwoesting omstreeks 1050 v.C., sporen dus van de Filistijnse
overwinning op Israël.
De ruïnes van Silo moeten lang zijn blijven staan, want vier
eeuwen na de verwoesting verwijst de profeet Jeremia er nog naar
in
Want, gaat naar mijn plaats, die in Silo was, waar Ik in het eerst mijn naam deed wonen, en ziet wat Ik daarmede gedaan heb om de boosheid van mijn volk Israël.
Jeremia 7 vs 12:
Ook andere plaatsen in het bergland van Juda deelden het lot van Silo. In Tell Beit Mirsim bij Hebron, het bijbelse Debir en in Beth-Zur ten zuiden van Jeruzalem vonden archeologen assporen, die mogelijk het bewijs van deze veronderstelling zijn.
Het bestaan van Israël is omstreeks 1050 v.C.
ernstig bedreigd. Israël zag het resultaat van zijn
veroveringen, een kolonisatie van bijna tweehonderd jaar verloren
gaan. Een hard gelag. Ze dreigen zelfs slaven der Filistijnen te
worden. Alleen door de losse stamverbanden samen te voegen tot
een vast geheel kunnen ze mogelijk het hoofd bieden aan het
dreigende gevaar. Israël werd een natie, een koninkrijk. Iemand
uit de stam van Benjamin, Saul genaamd, wordt de eerste koning
van Israël (1 Samuël 9 vs 2).
Een verstandige keus, want Saul behoorde tot de zwakste stam (1 Samuël 9 vs 21) zodat de
andere stammen geen reden tot jaloezie hebben.
De geboorteplaats van Saul, Gibea, wordt door hem tot residentie
verheven.
Hij verzamelt een parate troep om zich heen en begint een
guerrilla. Hij verjaagt het Filistijnse bezettingsleger uit het
stamgebied.
Saul echter antwoordde: Ben ik niet een Benjaminiet, uit een van de kleinste stammen van Israel? En is mijn geslacht niet het geringste van alle geslachten van de stam Benjamin? Waarom spreekt gij dan zo tot mij?
1 Samuël 9 vs 21
Saul was heel tactisch. Dat zou drieduizend
jaar later opnieuw aan het licht komen. Een uniek voorbeeld
bevestigt, dat de Bijbel ook in de kleinste bijzonderheden gelijk
heeft en dat de gegevens en overleveringen in de Bijbel
betrouwbaar zijn.
Een bijzonder voorval wordt beschreven door een Brit, Vivian
Gulbert, een majoor.
In de eerste wereldoorlog zocht een Engelse brigadeadjudant uit
het leger van generaal Allenby in Palestina eens bij kaarslicht
in zijn Bijbel naar een bepaalde naam. Zijn brigade had bevel
gekregen een dorp in te nemen, dat aan de andere kant van een
diep dal op een rots lag en Michmas heette. Die naam was hem
bekend voorgekomen. En hij vond wat hij zocht, in 1 Samuël 13.
In hoofdstuk 14 staat geschreven hoe Jonathan met zijn
wapendrager in de nacht naar de wachtpost der Filistijnen ging en
langs twee rotspunten kwam, Bozez en Sene geheten. Ze klommen de
helling op en overmeesterden de wachtposten. De Filistijnen
werden wakker van het tumult en dachten, dat zij door de troepen
van Saul waren omsingeld. Daarop viel Saul met zijn hele
legermacht aan en versloeg de Filistijnen.
De adjudant vroeg zich af of die beide rotsen en dat stuk land
nog zouden bestaan. Hij wekte de commandant en las met hem het
betreffende bijbelgedeelte nog eens door. Er werden patrouilles
uitgestuurd, die inderdaad de pas vonden, die door slechts een
paar Turken bezet gehouden werd en tussen twee rotspunten
doorliep. Die rotspunten moeten Bozez en Sene geweest zijn. Bij
Michmas lag in de hoogte een klein stuk land.
De commandant veranderde zijn aanvalsplan. In plaats van de hele
brigade, stuurde hij midden in de nacht slechts een compagnie
door de pas. Ze ontmoetten slechts enkele Turken, die in stilte
werden overmeesterd. De hellingen werden beklommen en tegen het
aanbreken van de dag stond de compagnie op het land van ongeveer
een halve vore van een juk land.
Deze eerste nederlaag nu, die Jonatan en zijn wapendrager hun toebrachten, kostte hun ongeveer twintig man, over een lengte van ongeveer een halve vore van een juk land.
1 Sam. 14 vs 14
De Turken werden wakker en vluchtten hals over
kop, omdat ze dachten, dat ze door het leger van generaal Allenby
waren ingesloten. Ze werden allemaal gedood of gevangen genomen.
"En zo heeft na duizenden jaren een Britse compagnie met
succes de tactiek van Saul en Jonathan gevolgd", aldus
majoor Gulbert.
De successen van Saul geven Israël nieuwe moed.
Maar het is slechts een korte adempauze.
In het volgende voorjaar gaan de Filistijnen tot de tegenaanval
over. Ze verzamelen hun strijdkrachten weer in Afek.
De Filistijnen verzamelden al hun legers te Afek, terwijl de Israelieten bij de bron te Jizreel gelegerd waren
1 Sam. 29 vs 1
Maar deze keer trekken ze niet op naar het gebergte, waar Israël te zeer met het terrein vertrouwd is. De Filistijnen trekken door de kustvlakte naar de vlakte van Jizreël , het toneel van de slag onder aanvoering van Debora en verder naar het oosten tot vlak bij de oevers van de Jordaan.
Toen stond David met zijn mannen vroeg op om des morgens heen te gaan, terug naar het land der Filistijnen. En de Filistijnen rukten op naar Jizreel.
1 Sam. 29 vs 11
Uiteindelijk volgt er een treffen tussen de
Filistijnen en het leger van Saul. En deze slag zou voor Saul en
zijn zonen de laatste slag zijn, want zij laten het leven in de
strijd. De zonen van Saul worden door de Filistijnen gedood. Saul
werpt zichzelf in zijn zwaard om te voorkomen, dat de Filistijnen
hem doden.
De volgende dag hangen de Filistijnen de lijken van Saul en zijn
zonen aan de stadsmuur van Beth-San, nadat ze eerst het hoofd van
Saul hebben afgehakt.
Het schijnt afgelopen te zijn met Israël. Het eerste koningschap
heeft een vreselijk einde gekregen. Het is Saul niet gelukt de
gehate Filistijnen te verslaan. Het beloofde land raakt in handen
van vreemdelingen. Is dat het einde van het volk van Israël? Het
einde van het volk van God? Natuurlijk niet! Uiteindelijk zou de
opvolger van Saul erin slagen voorgoed af te rekenen met de
Filistijnen. Die opvolger, die de naam David droeg.
Opgravingen hebben de stomme getuigen van die
noodlottige tijd uit het puin bevrijd.
Vijf kilometer ten noorden van Jeruzalem ligt de Tell el-Ful,
letterlijk: 'Bonenberg'. Dat is het vroegere Bilbea.
In 1922 beginnen hier opgravingen onder leiding van Professor W.F.
Albright, de initiatiefnemer.
Er komen resten van muren te voorschijn. Dan volgt er een lange
onderbreking. Pas in 1933 gaat Professor Albright verder.
Een geweldige hoektoren wordt blootgelegd. En daar blijft het
niet bij, er volgen nog drie andere. Die torens zijn door een
dubbele muur verbonden, die een open binnenhof omringen. Dit
bouwsel, opgetrokken uit gehouwen stenen, meet 40 bij 25 meter.
Verstrooid tussen de puinhopen vinden ze kleischerven, die
nauwkeurig onderzocht worden.
Ze zijn afkomstig van vaatwerk, zoals omstreeks 1020 tot 1000 v.C.
in gebruik was. Men heeft de citadel van Saul ontdekt! Hier zat
Saul met Jonathan, met Abner en met David. Hier smeedde hij zijn
plannen. Van hieruit leidde hij de strijd tegen de Filistijnen.
Zeventig kilometer ten noorden van deze plaats brengen
onderzoekingen weer iets anders aan het licht
Aan de zoom van de vlakte van Jizreël verheft zich daar, ver in
de omtrek zichtbaar, de machtige puinheuvel Tell el-Husn boven
het Jordaandal. Dat is de plaats van het oude Beth-San. Als de
steenmassa's weggeruimd zijn, rijzen op de noordelijke en
zuidelijke helling de sterke grondmuren van twee tempelgebouwen
op. Ze worden in 1921 en 1933 blootgelegd door archeologen onder
leiding van Fisher, Rowe en Fitzgerald. Dit gebeurde ongeveer in
dezelfde tijd, dat in Gibea de residentie van Saul weer ontdekt
werd.
Allerlei voorwerpen wijzen erop dat deze tempels aan Astarte, de
godin der vruchtbaarheid in Kanaän en aan Dagon, de
belangrijkste god der Filistijnen gewijd waren. Dagon was een
wezen, half mens, half vis.
De ruïnes op de zuidelijke helling zijn van de tempel van
Astarte. Op de noordelijke helling liggen de resten van de tempel
van Dagon.
En zij legden zijn wapenrusting neer in de tempel van Astarte, en zijn lijk hingen zij aan den muur van Beth-San
1 Sam. 31 vs 10
... maar zijn schedel hechtten zij aan den tempel van Dagon
1 Kron. 10 vs 10
Links naar websites van anderen over dit onderwerp:
http://www.bga.nl/nl/artikelen/filist1.html
http://www.bga.nl/nl/discussie/filiport.html
http://www.homepages.hetnet.nl/~fm-ter-horst/Oordeel%20over%20de%20Filistijnen.htm
Bronnen:
De Bijbel
En de Bijbel heeft toch gelijk - Werner Keller
Oosthoek's Encyclopedie