Het geslacht van Ewsum had oorspronkelijk zijn zetel op een burcht 'Den Oert' geheten en gelegen ten noordoosten van Middelstum.
Ze leefden vaak op gespannen voet met de Groningers. In de 13e eeuw werd hun burcht dan ook door de Groningers verwoest.
Later werd op deze plaats een boerenplaats gesticht, Oldenoort geheten.
Na deze vernieling bouwde Ewe in de buurt een nieuwe borg, die de naam Ewsum (Ewesheem) kreeg.
De eerste grondslagen voor de nieuwe borg Ewsum werden gelegd in 1278.
Ewe was getrouwd met Eduarda Onsta. Ze kregen een dochter, Menneke genaamd, die trouwde met Hiddo Tamminga.
Een van hun zoons was Onno, de stichter van de havezate Mensinga te Roden
(ook geschreven als Mensinge).
Onno liet Ewsum na aan zijn zoon Wigbolt.
Ewsum werd in 1494 weer door de Groningers vernield.
Wigbolt trouwde in 1502 met Beteke van Rasquert.
Hij overleed in 1530.
Zijn zeven kinderen waren Hiddo, Johan, Christoffer, Gela, Anna, Wigbolt jr en Clara.

Waarschijnlijk heeft hij in het eerste kwart van de 16e eeuw de burcht Nijen-oert (Nienoord) laten bouwen.
De van Ewsums, machtige hereboeren, vormden de eerste adellijke familie in Groningen.
Uit het huwelijk van Ewe en Eduarda Onsta was slechts een dochter voortgekomen, Menneke geheten.
Dat de naam Ewsum toen niet is verdwenen is te danken aan het feit, dat Hiddo Tamminga, die met Menneke trouwde, de naam van Ewsum aannam. Hij moest wel, want anders kreeg hij Menneke niet.
Deze Hiddo werd later door de hoofdeling Focco Ukena op een roemloze en laffe wijze gedood.
Om het goed te maken gaf Focco toen zijn dochter Bawe ten huwelijk aan de oudste zoon van Hiddo, die net als zijn grootvader Ewo heette.
Onno, een jongere zoon van Hiddo, erfde Ewsum.
Onno werd de eerste ridder in de Ommelanden, want tijdens zijn reis naar het Heilige Land en Cypres, van 1443-1445 werd hij door de koning van Cypres tot ridder geslagen.
Uit dank voor zijn behouden terugkeer liet Onno in 1445 de kerk te Middelstum bouwen.
Ook is hij de bouwer van de verdedigingstoren bij Ewsum, die tegen de wil van de stad Groningen werd gebouwd.
Verder liet hij nog de havezate Mensinga
(of Mensinge) te Roden bouwen.
Zijn twee zoons voerden samen met een neef strijd tegen de stad Groningen. Ze maakten de handelswegen naar de stad onveilig.
In 1499 werd Ewsum door de Groningers verwoest. Wigbolt, een zoon van Onno, heeft de borg toen weer opgebouwd.
Deze Wigbolt was ook de stichter van de borg Nienoord.
In de 16e eeuw waren de van Ewsums hereboeren, bezitters van uitgestrekte landerijen, maar ook rauwe vechtersbazen en meedogenloze heersers.
Christian van Ewsum liet in 1547 e.v. een groot aantal heksen verbranden. Intussen plunderde zijn broer Wigbolt de Ommelanden.
In 1643 stierf het geslacht van Ewsum uit.

De borg was in 1610 al in andere handen overgegaan, toen Caspar van Ewsum, die als bevelhebber van Coevorden de Spanjaarden weerstond, de borg aan zijn neef Ripperda schonk.
Deze Ripperda was gehuwd met Ida Lewe.
Daar dit huwelijk kinderloos bleef, vererfde de borg in 1626 aan het geslacht Lewe.
De borg werd in 1649 grondig gerestaureerd en kreeg toen zijn uiteindelijke vorm.
Ewsum was daarna meer lustslot dan verdedigingswerk.
Een brede gracht omsloot het gebouw.
Het huis had beneden enige ruime vertrekken. Een grote wenteltrap voerde naar boven, waar men behalve een grote zaal ook nog verschillende andere vertrekken vond.
Vanaf de toren, die honderd voet hoog was en midden voor het gebouw stond, had men een prachtig uitzicht over de wijde omgeving.

In de Groninger Volksalmanak van 1844, toen de borg Ewsum dus nog bestond, staat een interessant artikel over de borg, geschreven door Mr. T.P. Tresling.
Deze Tresling heeft de toenmalige borgheer, Edzard Jacob baron Lewe van Middelstum, Buitenge- woon Kamerheer des Konings, Ridder der Orde van de Neder- landse Leeuw, Lid der Ridderschap en der Gedeputeerde Staten van de Provincie Groningen, persoonlijk gekend.
Van deze borgheer kreeg hij ook een geslachtslijst en familieaanteke- ningen. Deze Edzard Jacob was de laatste borgheer van Ewsum.
Op 30 december 1805 was de borg met bijbehorende rechten aan hem overgedragen door zijn vader.
In 1856 vond een publieke verkoping van de borg plaats. Koper was een zekere Wierda uit Winsum. In datzelfde jaar stierf Edzard Jacob.
Wierda liet de borg in 1863 slopen.

Tresling heeft de borg dus zelf nog kunnen zien, niet alleen de buitenkant, hij is er ook binnen geweest.
Hij vertelt hierover het volgende:

"Eene zeer breede gracht omgeeft het gebouw en terstond bij den ingang boeit het merkwaardig rondeel, zoo massief, zoo eenig in zijn soort, zoo vreemd geplaatst, en toch om deszelfs eerwaardigheid steeds behouden gebleven, onze aandacht. Hetzelve is een overblijfsel van den ouden toren, door Onno Ewesma of van Ewssum in 1472 gebouwd. Deze toren heeft vroeger waarschijnlijk eene aanzienlijke hoogte gehad, doch is van tijd tot tijd verkleind, zoo als blijken kan uit de teekening, welke Ewssum voorstelt, zoo als hetzelve zich in 1600 vertoonde, en waarop de tweede trans nog zigtbaar is.
De muur van dit rondeel was vroeger zes voeten, doch is door een' muur daar later nog omgetrokken, thans zeven voeten dik, terwijl het geheel veertig voeten in middellijn heeft. Hetzelve dient thans tot een' kelder, en is daartoe bij uitnemendheid geschikt, als zijnde door de dikke muren en het zware kruisgewelf voor hitte en koude ongenaakbaar. In de muur is een steen, waarop deze woorden te lezen staan:

An 1472 heeft Jr. Onno van Ewsum dit gebout
tegens de wille van Groningen vide Schotanum

Op de spits van het rondeel ziet men een' leeuw met het geslachtwapen van Ewssum. De toren, welke zich in het midden voor het huis verheft, is ook buitengemeen zwaar gebouwd. In de linkerzijde van den toren vindt men een' steen met het opschrift:

J.J.V.E.
H.D.E.S.G.

hetwelk vermoedelijk beteekenen moet: Jonker Joest van Ewssum heeft dezen eersten steen gelegd.

1. Dam
2. Bel
3. Hoofdingang
4. Vestibule
5. Geschutstoren
6. Toren
7. Voortuintje
8. Grote woonkamer
9. Suitedeur
10. Eetzaal
11. Slaapkamer
12. Blauwe kamer
13. Keuken
14. Meidenkamer
15. Spoelplaats
16. Jonkerstorenkamer
17. Ridderzaal
18. Freuleskamer
19. Logeerkamer
20. Logeerkamer
21. Lewekamer
22. Schoorsteen
23. Gracht
24. Stenen beschoeiing

16 t/m 22 is bovenverdieping

Boven den ingang van het huis leest men:
Joan Lewe en Geertruida Alberda, Heer en Vrouw van Middelstum, out 26 en 21 jaren, getrowt 1648, hebben Ewssum laten repareren 1649.
Voorts ziet men in den gevel de familiewapens Clant, Coenders, Lewe en Alberda; terwijl het wapen der heerlijkheid, de heilige Hippolytus op het familiewapen van Lewe van Middelstum voor den toren is uitgehouwen.
Het huis heeft beneden eenige ruime vertrekken, welke naar den smaak onzer tijden vervormd, weinige kenmerken der oudheid behouden hebben, behalve den zeer ruimen kruisgewelfden gang of vestibule. Een groote wenteltrap, in den toren gebouwd, voert naar de tweede verdieping, waar men verschillende vertrekken vindt, doch onder welke de groote zaal, zoowel wat de bouworde, als de stoffering aangaat, ons geheel in de oudheid verplaatst. Eene menigte familieportretten, meestal van personen in de staat- kundige wereld met roem bekend, en daaronder eenigen door eene meesterlijke hand geschilderd, treft men daar aan. Onder anderen Abel Coenders, Barthold Entens van Mentheda, Adriaan Clant, Wigbolt van Ewssum, Joest Lewe thoe Peyse, enz. enz.
De kolossale schoorsteenmantel, rustende op fraaije kolommen, de vensterglazen in lood met wapenen en opschriften, de meubelen zijn allen nog overblijfsels uit den ouden tijd.
Van den toren, welke in middellijn 22 voeten heeft en 100 voeten hoog is, heeft men het schoonste uitzigt op de omliggende landstreek.
De tuin en wandeldreven, die het gebouw omringen, zijn naar den nieuwsten smaak aangelegd, en leveren uit de vertrekken de schoonste vergezigten op."

In de grote zaal hing een schilderij van de borg, zoals die er omstreeks 1600 moet hebben uitgezien.
Van dat schilderij is door een zekere J. Ensing een tekening gemaakt.

Deze Ensing heeft ook een tekening gemaakt van de borg in 1843.

Zie ook Nienoord en Van Ewsum en von Inn- und Kniphausen

Terug