Ik heb U lief, mijn heerlijk landje,
Mijn enig Drentheland,
Ik min de eenvoud in Uw schoonheid,
'k Heb U mijn hart verpand.
Mijn taak vervuld' ik blijde,
Waarheen ook plicht mij riep,
Uw geest was 't, die mij leidde,
Daarom vergeet 'k U niet.
'k Hoor nog de lieve heldre klokjes
Bij zinkend' avondzon,
Als schaapjes keerden van de heide
En moeder met ons zong:
O, kon ik nog eens horen,
Dat lied in 't schemeruur!
En vaders schoon vertelsel
Bij 't vrolijk knappend vuur!
'k Zie nog Uw brink met forse eiken,
Waar ik mijn makkers vond,
Waar ik mijn tenen mandje vulde
Met eikels, glad en rond.
Daar bij die oude linde,
Kwam 'k met mijn vrienden saam,
Zo menig vriend ging henen,
De schors bewaart zijn naam.
Die beelden uit dat zoet verleden,
Wat bleven zij mij bij!
Vaak heb ik zware strijd gestreden
Dan hielpen, sterkten zij!
En nu, ten volle dankbaar,
Wijd 'k U mijn beste lied,
Mijn heilrijk, heerlijk Drenthe
Vergeten kan 'k U niet!