Groninger Borgen

die nog bestaan

in alfabetische volgorde

 

 

Allersmaborg te Ezinge

Allersma bestond al in het begin van de 15e eeuw. Misschien zelfs al langer.
Erg belangrijk is Allersma nooit geweest. Het was zelfs niet eens een adellijk huis.

Ennemaborg te Midwolda

Dit was een veenborg. En zelfs een der meest uitgestrekte veenborgen.
Deze borg wordt al genoemd in de 14e eeuw, toen Sebo Ennens er borgheer was.
In het begin van de 18e eeuw werd de borg vernieuwd. Daarvoor had de uit het water opgetimmerde borg zware torens.

Coendersborg te Nuis

Deze borg is genoemd naar Etta Coenders, echtgenote van Iwo Auwema, bewoners in de tweede helft van de 17e eeuw.
De borg is ontstaan uit de Fossemaheerd.
De bezittingen gingen later over aan Nienoord.
In de huidige vorm is het een deftig herenhuis.

 

 

Fraeylemaborg te Slochteren

Klik hier

Menkemaborg te Uithuizen

Klik hier

Nienoord te Leek (of Midwolde)

Komend uit Leek arriveren we bij een groot inrijhek met gekroonde wapens.
Voor de gracht staat een grote poort van Bentheimer zandsteen, in 1708 vervaardigd door de beeldhouwer Bielefeld.
De twee kanonnen, daterend uit 1676, heten Nienort en Vredewolt. Ze zijn gesierd met wapens en inscripties.
Twee gebeeldhouwde poortjes uit 1678 en 1679 vormen de ingangen van het binnenplein.
Een van die poortjes draagt als opschrift: non ad habitandum sed ad commorandom (niet om te bewonen, maar om te vertoeven). De borg was zomerresidentie, in de winter woonde men in de stad Groningen, onder andere in het huidige Paleis van Justitie.
Het torentje aan de frontgevel van Nienoord is een antieke windwijzer met wapen en een bronzen klokje uit 1679.

In de tuin bevindt zich een tuinkoepel van omstreeks 1700. Men noemt dit de schelpengrot. De wanden zijn versierd met een moza´ek van schelpen en stukjes marmer.
De koepel was eerst een schatkamer. Volgens een legende heeft een kindermeisje er toen ingebroken. Voor straf moest ze toen de wanden versieren met schelpen en stukjes marmer. Daar heeft ze twintig jaar over gedaan. Direct na haar invrijheidstelling is ze gestorven.

In de kerk te Midwolde herinnert een praalgraf aan de borgbewoners. Dit praalgraf is in opdracht van Anna van Ewsum vervaardigd door Romboudt Verhulst in 1669. De liggende figuur is Carel Hieronymus von Inn- und Kniphausen, de eerste man van Anna.
De staande figuur werd later door Bartolomeus Eggers toegevoegd en stelt de tweede man van Anna voor: de in 1709 gestorven Georg Wilhelm von Inn- und Kniphausen.
Het geslacht von Inn- und Kniphausen was een der oudste en aanzienlijkste geslachten van Oost-Friesland en zelfs verwant aan het geslacht Nassau.

Nienoord heeft behoort aan de volgende geslachten:

1525-1657 van Ewsum
1657-1884 von Inn- und Kniphausen
1884-1907 van Panhuys

Piloursema te Den Ham

Reeds in de 16e eeuw werd deze borg bewoond door het geslacht de Mepsche.
In 1633 vond een belangrijke verbouwing plaats, toen Johan de Mepsche en Aylcke to Nansum de borg bewoonden. Daaraan herinnert een steen in het gebouw met daarboven de wapens van de Mepsche en Ripperda (Aylcke kwam uit het geslacht Ripperda).
In 1699 is de borg aan boeren verkocht.

Rensumaborg te Uithuizermeeden

Mello Alberda van Menkema kocht in 1695 deze borg. Hij had namelijk drie zoons en die kregen elk een borg. Zijn zoon Onno Tamminga van Alberda kreeg de Rensumaborg.
Deze Onno, getrouwd met Josina Petronella Clant, had eerst op de borg Ringeweer te Uithuizen gewoond.
Onno en Josina kregen tien kinderen, waarvan de eerste twee vroeg zijn gestorven.
Later werd Onno ook heer van Nijenstein te Zandeweer, waar hij in 1743 overleed.

Rusthoven te Wirdum

Dit was een zogenaamde tichelborg. Een borg waar een tichelwerk bij hoorde.
De eerste heer van Rusthoven was een zoon van Dr. Johannes Eeck, heer van Ekenstein. Toen was de borg nog geen tichelborg, dat kwam pas in 1804.
Een steen in de zijgevel vermeldt het jaartal 1686. Maar dit wil niet zeggen, dat de borg in dat jaar gebouwd is.
Momenteel is Rusthoven meer een landhuis.

Verhildersum te Leens

De naam komt vermoedelijk van een vrouw, die Hilde of Hilda heette.
Het is een oude borg, waarschijnlijk al daterend uit de 13e eeuw.
Een zeer bekend geslacht, dat de borg bewoonde was het geslacht Tjarda van Starkenborgh.
Vroeger heeft de borg er heel anders uitgezien. In 1786 en 1793 is er veel aan vertimmerd.

Vliethoven te Farmsum (bij Delfzijl)

Bij deze vervallen borg hoorde een tichelwerk, het Tuikwerder Tichelwerk.

Wedderburcht te Wedde

De Addinga's waren de eerste bewoners van deze borg van omstreeks 1370. Maar dat waren geen lieverdjes. De bevolking leed erg onder hun terreur. Aan Egge Addinga heeft dit het leven gekost, want hij werd in de omgeving van zijn borg door woedende Westerwolders doodgeknuppeld.

Later werd de borg bewoond door Rudolf de Mepsche.
In 1568 werd de borg ingenomen door Lodewijk van Nassau met ongeveer 50 man.
Binnen drie dagen had Lodewijk een legertje van zes Ó zevenhonderd man bijeen, waarmee hij naar de borg Dijkhuizen te Appingedam trok, waar zijn broer Adolf zich met 100 ruiters bij hem aansloot, waarna ze oprukten naar Heiligerlee, waar graaf Adolf helaas het leven liet. De tachtigjarige oorlog was begonnen.

Welgelegen te Kleinemeer (bij Sappemeer)

Dit was een echte veenborg uit de 17e eeuw, de tijd van de 'Borger Compagnije'.

 

Terug